Terug naar voorblad

 

Aan de burgemeester van de gemeente Tynaarlo

Kornoeljeplein 1

9481 AW Vries

 

 

Vries, 10 juni 2009

 

Onderwerp:   op uw uitnodiging een schriftelijk overzicht over de bootbewoners in de Groeve

 

 

Geachte burgemeester,

 

Wat sceptisch heb ik een en ander op hoofdlijnen, aan het papier toevertrouwd, tegelijkertijd wetende dat een persoonlijk gesprek verhelderender had kunnen werken. U verkiest echter voor een briefing. Ter voorkomen dat mij het verwijt kan worden gemaakt niet schriftelijk te willen reageren het volgende;

 

Opdracht raad: “het netjes te regelen”

 

De gemeenteraad van Tynaarlo heeft het bestemmingsplan “Zuidoevers” vastgesteld. De woonboten passen - blijkbaar - niet binnen dit bestemmingsplan. De raad heeft echter aan het college de opdracht meegegeven een en ander “netjes te regelen” met de woonbootbewoners. Dit is ook besproken in de raadsvergadering van 11 november 2008 onder het “vragenrecht”.

 

Het college meent evenwel dat het aan de wensen van de raad tegemoet is gekomen door als gezegd  naar alternatieve ligplaatsen te hebben gezocht, doch  deze helaas niet gevonden te hebben.
Zonder verdere informatie naar de Raad en woonbooteigenaren is men actie gaan ondernemen tegen de woonboten en hun bewoners op de huidige locatie.
Zo heeft het college de wensen van de Raad blijkbaar uitgelegd.

 

In 1e instantie heeft mijn collega raadslid de heer R. Kraayenbrink in de raad van 26 mei een en ander aan de orde gesteld. De brief, die zoveel onbegrip heeft losgemaakt, lag op onze tafels.

 

Het college heeft in eerste instantie gereageerd met de woorden: “Als u het als Raad er niet eens bent, dan kunt u alle daarvoor beschikbare middelen inzetten”.

 

Al tien jaar is er onduidelijkheid tussen de gemeente Tynaarlo en het Waterschap over de ligplaatsen van de woonboten in De Groeve. De angel daarbij was, dat het Waterschap niet wilde meewerken aan een oplossing.

 

Ondergetekende en R.A. Kraaijenbrink hebben daarom gesproken met vertegenwoordigers van het waterschap Hunze en Aa’s, de heren Schelte Kooistra en Van der Wal. Daar werd ons te verstaan gegeven dat de gemeente geen geld heeft om de beoogde gronden van het waterschap te kopen (voor aanlegplaatsen voor boten). De gemeente houdt de woonbootbewoners blijkbaar aan het lijntje.

 

De ligplaatsvergunningen (keurontheffing) zijn niet ingetrokken, anders dan het college continu aangeeft. Het waterschap zal gevraagde vergunningen ook blijven verlenen/verlengen zolang de woonboten geen gevaar opleveren voor sluizen en dergelijke. Het waterschap toetst aangevraagde vergunningen immers aan diens eigen toetsingskader Van de zijde van het waterschap zijn, zo is ons uitdrukkelijk verteld, geen problemen te verwachten.

 

Een en ander neemt niet weg dat indien men zowel een toestemming van het waterschap als van de gemeente nodig heeft, de enkele toestemming van het waterschap dan niet volstaat. Het waterschap kan immers het college niet binden en andersom. Het waterschap wilt het gebied marktconform verkopen. Eventueel zou het waterschap dit - aldus de heer Schelte Kooistra - wel in deelverkoop willen doen. Het gaat dan om de toegangsweg voor het gebied en de nieuwe locatie voor de woonboten. Als de beide bedrijfsgebouwen in het gebied openbaar wordt verkocht (verwachte opbrengst 5 ton) blijft er over een bedrag van 3 ½ ton voor de gronden die de gemeente nodig heeft.

 

Mij is opgevallen dat de betrokken overheden in deze kwestie, veel langs elkaar heen praten. Er is blijkbaar sprake van een slechte communicatie. Namens de gemeente hebben de heer Slieker en Terpstra daar een voor de woonbooteigenaren dubieuze rol gespeeld. Veel beloven en weinig wol, is wat we weten zeer zacht uitgedrukt.

 

Vandaar dat we ook maar eens contact hebben opgenomen met de provincie.

 

De rol van de provincie Drenthe

 

Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe zouden waarschijnlijk sowieso goedkeuring hebben verleend aan het bestemmingsplan met of zonder zienswijze van de belanghebbende. De verplaatsing van de woonboten naar een andere locatie, was daar namelijk geen onderdeel van. Wel heeft een en ander bijgedragen af te zien voor verdere gerechtelijke stappen van verschillende betrokkenen omdat de gemeente tijdens de hoorzitting had aangegeven dat er een nieuwe locatie was gevonden en dus het bezwaar ongegrond kon worden verklaart door de provincie. De direct betrokkenen konden zich daarin vinden en waren, zo is ons aangegeven, blij dat er nu een definitieve oplossing was medegedeeld door de gemeente Tynaarlo. (zie de notulen van deze hoorzitting)

 

In het kader van de behandeling van de bedenkingen door de vertegenwoordiger van het college is toegezegd, dat de woonboten dus een alternatieve locatie zouden krijgen. Dit maakte het voor de provincie makkelijker om over de bedenkingen van de woonbootbewoners heen te stappen. Hierdoor is het bestemmingsplan vast komen te staan, temeer daar het niet (tijdig) bij de Raad van State is aangevochten. (er was namelijk een nieuwe locatie gevonden en een verder juridische stap was dus niet nodig) Nu deze juridische termijn is verlopen blijkt plotsklaps de gemeente Tynaarlo geheugenstoornissen te hebben en heeft geen boodschap aan de belangen van de woonboten eigenaren.

 

De provincie, in de persoon van de heer Kooistra (is een andere persoon dan de voormelde heer Schelte Kooistra), beseft wel dat er “menselijke aspecten” met de kwestie gemoeid zijn. De provincie wil nog eens op bestuurlijk niveau met de betrokken overheden overleg voeren. De oplossing waar nu voor gekozen is , wordt  niet sjiek genoemd. Zo zou je niet met burgers moeten omgaan. Er zal contact worden opgenomen met de gedeputeerde Munniksma. De reden hiervan was dat de heer Kooistra op vakantie zou gaan en hij wel vaart in deze voor belanghebbende pijnlijke situatie, wilt houden.

 

Mijn fractie overweegt het onderwerp nogmaals te doen agenderen in de Raad, om de Raad te vragen of het college wel gevoeglijk aan de wensen van de Raad is tegemoet gekomen. Door de fractie wordt dit voorlopig “in overweging” gehouden.  Als zich een passende gelegenheid aandient en/of eventueel contact met andere fracties.

 

Gewekt vertrouwen/rechtszekerheid

 

Voor u een antwoord op de vraag van waar hebben we het over;

de locatie is al (meer dan) zeventig jaar een ligplaats voor woonboten. Bij vroegere vergunningverleningen, is er nooit op gewezen dat er sprake zou zijn van een “uitsterfbeleid”. Hier is nooit voor gewaarschuwd, en viel nergens uit op te maken, zodat de woonbootbewoners - ook toen zij hun woonboot kochten - hier niets van konden weten. De gemeente heeft, in het verleden, de woonboten zelfs gepromoot in de Gemeentegids. Ook is van den beginne niet handhavend opgestreden en kan worden uitgelegd dat er men niet in de weg lag.

 

Van oudsher heeft men al een legale ligplaatsvergunning van het waterschap en zijn enkelen zelfs eigenaar van de gronden grenzende aan hun legale ligplaats. Onteigeningsprocedures zijn na mijn weten niet in gang gezet.. (Hoewel dat, als ik eerder aangaf, de gemeente niet bindt.)

 

Er bestaat ook een brief met kaartje van het Kadaster/de Openbare Registers uit het begin van de jaren 1990, waarop de woonboten (mogelijk met aanlegplaatsen?) staan ingetekend, met daarbij vermeld de (toenmalige) eigenaren. Meer recenter zijn er uiteraard de door de raad uitgesproken wens ”het netjes te regelen” en de toezeggingen namens het college in de bedenkingenprocedure tegen het bestemmingsplan om een alternatieve ligplaats aan te wijzen.

In uw jaarrekening grondbedrijf geeft u aan dat de nabijgelegen woonschepen de belangstelling beïnvloeden als het gaat over de verkoop van de bouwkavels en er voor deze potentiële kopers er een haventje ontbreekt van de kavels. Je zou dan verwachten dat het al eerder aangegeven signaal tijdens de hoorzitting dat de gemeente Tynaarlo een locatie heeft gevonden, dit snel zou uitvoeren.

 

De 3 ½ ton maximaal, zou dan ook een goede investering zijn en dit verschillende onderdelen in het plan Zuidoevers ten goede komen.

 

De toegestuurde brief van de Gemeente betekent dat de vordering van de gemeente met toepassing van artikel 3: 14 BW haar besluit dient te herroepen , aangezien deze in strijd is met het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van (ontoelaatbare) willekeur. Naar reeds eerder is overwogen, dient het optreden van de Gemeente in een geval als het onderhavige, ligplaatsen in de Groeve, aan deze beginselen te worden getoetst en die toets kan de vordering ons inziens niet doorstaan. Dat de eigenaren  zich (ook) op schending van deze beginselen  beroepen, ligt genoegzaam besloten in hun weergegeven klachten hoe door de gemeente toegepaste koppeling tussen het nevengebruik van Zijkanaal de Hunze van het Zuidlaardermeer als woonschepenlocatie en kleine woonschepen geheel uit de lucht komt vallen en nergens op is gebaseerd.

 

Huidige ontwikkelingen en stand van zaken:

 

Er is veel ruis op de antenne. Zo zou de huidige locatie van het waterschap hoogstwaarschijnlijk worden verkocht aan de naaste bewoner. Deze heeft namelijk grote belangstelling omdat deze een nijpend tekort heeft aan paardenstallen. De gronden sluiten perfect aan op de naastgelegen paardenbak.

Uit eerste hand hebben wij mogen vernemen ( o.a. Waterschap) dat er een bod is  uitgebracht op de locatie. Zoals we al eerder aangaven koopt de gemeente een deel van de locatie om voor de weg als ontsluiting van Meerzicht. Deze is gepland naast het gemaal wat eerst niet de bedoeling was. Reden is dat er dan geen paarden over de weg hoeven naar de in eigendom zijnde percelen van de koper van de waterschapsgronden.  Onderhands zou zijn toegezegd dat de gemeente dwars zal blijven liggen en zo de  woonboten  verdwijnen. Dit in het belang van een kapitaal krachtige buurman en voor de in de toekomst  komende eigenaren in het plannetje van de 25 woningen achter de huidige woonboten locatie.

 

Samengevat, onze insteek is en was om een aanzet te geven één en ander netjes te regelen zoals het in de plannen staat aangegeven. Onze bemoeienissen hebben in ieder geval duidelijk gemaakt dat de gronden nodig voor het alternatief, voor een aanmerkelijk minder bedrag kan worden verworven dan het college de raad heeft aangegeven. In haar beantwoording wordt gesproken van een miljoen voor de aankoop en een half miljoen voor het inrichten van het woonboothaventje. Dit laatste kwam zelfs het Waterschap erg hoog voorkomen.

 

Samengevat, in de geest van zoals de raad het naar aller waarschijnlijkheid heeft bedoeld, kan het alsnog  netjes worden geregeld. Daar hebben we elkaar wel voor nodig.

Ik hoop met bovenstaande u enige inkijk op hoofdlijnen te hebben gegeven. De emotionele en persoonlijke ellende van de bootbewoners zal ik u besparen. Voor ons is dat nog wel het ergste, zeker als daarmee het geloof in een betrouwbare overheid tot nul is gedaald.

 

In afwachting van uw snelle reactie,

 

Vriendelijke groeten,

 

Casper Kloos, raadslid.