de raad van de gemeente Tynaarlo;

het presidium; en

het college

t.a.v. de heer J. Rijpstra

Kornoeljeplein 1

9481 AW Vries

 

Vries, 21 december 2007

 

Onderwerp: het democratisch gehalte van het gemeentebestuur van Tynaarlo

 

 

Geachte heer Rijpstra,

 

Op 21 december 2007 ontving ik - naar ik aanneem namens het college, in het bijzonder namens u als portefeuillehouder voor onderwijs - een elektronisch schrijven, met het onderwerp: “uitnodiging voor 16 of 22 januari 2008 t.b.v. fractieleden van tegenstemmende partijen rond verzelfstandiging openbaar onderwijs”. Hierbij werd onze fractie uitgenodigd voor een gesprek met de gemeentesecretaris en u op een nader te bespreken moment op 16 of 22 januari 2008. Tijdens dit gesprek, zo werd geschreven, zal de verzelfstandiging van het openbaar onderwijs aan de orde komen.

 

Wij hebben met verbazing kennisgenomen van dit elektronische schrijven. In de jongste raadsvergadering heeft een meerderheid van de raad zich vrij helder geuit over het voorstel tot verzelfstandiging van het openbaar onderwijs (waarbij de scholen van Tynaarlo en Haren onder een privaatrechtelijke stichting zouden komen te vallen). Slechts uw intrekking van het voorstel voorkwam dat dit voorstel expliciet werd afgewezen in een stemming.

 

Onze fractie heeft zich ook duidelijk uitgesproken tegen de verzelfstandiging en fusie in het openbaar onderwijs. Voor onze voornaamste redenen hiertoe wijzen wij naar de notitie die wij aan alle raadsleden hebben doen toekomen, en naar hetgeen wij in de raad naar voren hebben gebracht. Bovendien achten wij het in het algemeen niet wenselijk om allerhande overheidstaken in aparte structuren onder te brengen die in een verder verwijderd verband staan van de normale democratische verantwoordingsketen tussen raad en college en dergelijke, en daarbij lijkt het ons in het algemeen ook geen passende keuze om door privaatrechtelijke rechtsfiguren zoals stichtingen, openbaar gezag te doen uitoefenen.

 

Uiteraard begrijpen wij, nu uw voorstel rond de fusie en verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in de raad is gestrand, dat het van belang is te bezien hoe het nu verder moet. De raad heeft feitelijk aangegeven wat deze niet wil (als er al een noodzaak zou zijn de bestaande situatie aan te passen). In ieder geval hadden wij verwacht, dat hierover komend jaar in alle openheid en openbaarheid, onbevangen van gedachten gewisseld zou gaan worden in de plenaire raadsvergadering. Naar wij dachten, moet de ervaring toch hebben geleerd dat dit de beste en eigenlijk de enige denkbare gang van zaken is. Ten tijde van het mislukken van de Veiligheidsregio Drenthe, toen de verhoudingen zich aftekenden, is immers ook geprobeerd om in een bijeenkomst met de fractievoorzitters achter gesloten deuren de zaak te regelen, hetgeen niet het beoogde resultaat heeft opgeleverd. Wij meenden dat u nu, met betrekking tot het afketsen van de onderwijsverzelfstandiging en -fusie, door schade en schande, wel wijzer geworden zou zijn. Tot onze teleurstelling blijkt dit toch anders te liggen.

 

Immers, nu u blijkbaar elke tegenstemmende fractie (en nota bene enkel deze tegenstemmende fracties) één voor één achter bij u in het kamertje uit te nodigen of te ontbieden, wekt u op zijn minst de schijn, dat de beoogde gang van zaken is bedoeld om de tegenstanders van de fusie en verzelfstandiging afzonderlijk zodanig te bewerken; dat de kritische raadsmeerderheid uiteen gespeeld wordt.

 

Van een gemeentelijk bestuurder die staat voor diens voorstel, en die meent dat er sterke argumenten zijn die de raad er mogelijk van zouden kunnen overtuigen om alsnog met het voorstel in te stemmen - wat daar ook van zij -, zou men toch moeten kunnen verwachten dat deze mans genoeg is om zijn zaak in de voltallige raad en in alle openheid en openbaarheid te bepleiten. Binnen het systeem van het dualisme, waarmee beoogd werd te breken met de praktijk van “voorgekookte” besluitvorming door de raad, mag men er toch van uitgaan dat gewichtige kwesties - zoals het al dan niet verzelfstandigen en fuseren van het openbaar onderwijs - ten volle in de openbare plenaire raadsvergadering worden behandeld, zodat de democratisch gekozen raad, de volksvertegenwoordiging, niet verwordt tot een inhoudsloze afstempelmachine. Van de andere gemeenteraadsfracties op hun beurt mag onzes inziens verwacht worden dat ook zij staan voor hun zaak en zich niet te lichtvaardig laten ompraten: van lokale volksvertegenwoordigers mag door de burgers immers wel enige ruggegraat verwacht worden. Eventueel te kunnen worden beticht van kadaverpolitiek dan wel medewerking gevend aan achterkamertjespolitiek willen wij als fractie echter verschoont blijven.

 

Ook op andere vlakken valt ons trouwens op dat de positie van de plenaire raadsvergadering aan erosie onderhevig is. Bijvoorbeeld door het verder uitbouwen van het presidium, welk gremium toch eigenlijk bedoeld is om de agenda in concept samen te stellen en te bezien of stukken voldragen zijn, maar waar nu toch steeds meer het debat, dat eigenlijk in de plenaire raadsvergadering gehouden hoort te worden, naar verschoven lijkt te worden.

 

Bijvoorbeeld, in de presidiumvergadering van 27 november 2007 is blijkbaar vrij uitgebreid inhoudelijk gedebatteerd met een wethouder, de heer H. Kosmeijer, over handhavingszaken, en daarbij heeft de wethouder ook toegezegd terugkoppeling te doen plaatsvinden met het presidium zelf. Ons lijkt het toch beter - losstaand van de merites van de desbetreffende zaak zelf - om een wethouder in de openbare raadsvergadering verantwoording te doen afleggen. En verder heeft het presidium, bijvoorbeeld, blijkbaar eigenstandig ingestemd "met de eisen en wensen voor het invoeren van een RIS/BIS" et cetera. Als het nou zo was dat het presidium een raadsvoorstel hieromtrent voor voldragen heeft aangemerkt, was er natuurlijk niets aan de hand, maar nu begint het presidium blijkbaar ook zelfstandig besluiten te nemen.

 

Onder zeer bijzondere omstandigheden zou er eventueel reden kunnen zijn om zaken in een kleiner verband te bespreken (bijvoorbeeld als het om zeer persoonlijke aangelegenheden gaat), of om een zich plotseling aandienende spoedeisende kwestie meteen te bespreken als het ergens ter tafel komt, maar daar kan toch niet al te snel van worden uitgegaan.

 

Kortom: onzes inziens dient het inhoudelijke debat in de voltallige raadsvergadering plaats te vinden. Daar is de democratie, de transparantie, en dus uiteindelijk ook de gemeenschap der burgers mee gediend; het is in feite een noodzakelijk vereiste voor een gezonde werking van het stelsel van de lokale democratie. Wij gaan ervan uit dat u deze visie met ons kunt delen en dat u verder navenant zult handelen.

 

Met vriendelijke groet,

 

Namens de raadsfractie van Leefbaar Tynaarlo/EVZ-2000,

 

De fractievoorzitter,

 

C.H. Kloos