Dinsdag 6 november.
In Vries vond een bijeenkomst plaats, georganiseerd door Sport Drenthe op het gemeentehuis. De opkomst was aardig te noemen. De onderwerpen waren Sport, ontwikkelingen, sportverenigingen en bestuurlijke keuzes. We zijn er heen gegaan met de gedachte om tegen 21.00 uur weer thuis te zijn. Maar dit pakte anders uit. 23.00 uur was de bijeenkomst pas afgelopen. Dat geeft weer dat de avond zeer interessant is geweest. Bij aankomst werd een ieder ontvangen met koffie en cake. De koffie kon je in een stenen mok of in een plastic bekertje ontvangen. Achteraf zo is gebleken had dit een bedoeling. Die gene die een plastic bekertje had genomen kon plaats nemen in een oude bus uit het jaar nul. De anderen konden plaatsnemen in de spelers bus van FC Groningen. Daarmee een duidelijk contrast te hebben gecreëerd tussen de aanwezigen. In de oude bus zaten aanmerkelijk minder personen. De FC Groningen bus zat vol. Na een rondritje door donker Vries van ruim een kwartier, werd de bijeenkomst verder voortgezet in de raadszaal. Middels een drie kwartier durend betoog van de heer Berend Rubingh werd middels scherpe bewoordingen en stellingen de Tynaarlose sportverenigingen op de hak genomen. Men opereert oubollig en nog precies als 100 jaar geleden. Duidelijk werd, wat we eigenlijk wel wisten, dat de sport veel omvattend is. Je ziet dat de commercie zeker landelijk, middels haar eigen belangen verschillende zaken bepaald. Volgens de inleider zou over 10 jaar een groot deel van de sportverenigingen in Tynaarlo niet meer bestaan. De reden zo gaf men aan was dat vele verenigingen de omslag naar een moderne vereniging niet konden maken. De inleider kreeg het voor elkaar dat menig aanwezige bestuurder op het randje van zijn/haar stoel kwamen te zitten. Ook ik zelf werd enigszins beïnvloed en noemde een en ander, stadse streken. Nadenkende moet er een duidelijk verschil worden gemaakt met het verenigingsleven op het platte land en die in een stad.
Het feit dat de overheid, lees gemeente, sportverenigingen wilt opzadelen met zaken die niet thuishoren bij deze sportverenigingen (naschoolse opvang etc., voorkomen van problemen met jongeren in de wijken) dient mijn inziens duidelijk hiervan afstand te worden genomen.
De huidige verenigingen functioneren al tig tijden op vrijwilligers. Door de vergrijzing zou dit onder druk kunnen komen te staan. Aan de andere kant ligt hier een groot potentieel aan vrijwilligers die vaak wel binnen sportverenigingen actief willen zijn/worden als ze worden benaderd.
De vraag is wat is er te winnen en te verbeteren door de sportverenigingen. Moet je leden blijven zien als leden of betaalde klanten. Binnen de traditionele verenigingen in Tynaarlo is nog steeds het credo van alle schouders er onder, is er een sociale controle en is er een solidariteit (wij-gevoel) aanwezig. Juist bij de traditionele verenigen word nog de jeugd bijgebracht de normen en waarden, zijn principes nog heilig en kunnen zaken informeel nog worden geregeld. Opvoeden wordt in 1e instantie gedaan thuis, daarna op school en dan pas bij de vereniging. Door nu vele zaken bij de vereniging te dumpen zou een grote miskleun kunnen zijn. Die taken waar de gemeente het overheeft dienen te worden uitgevoerd door professionele individuen die hiervoor worden betaald. De verenigingen leveren al jaren lang een grote bijdrage aan de opvang op de woensdag- en zaterdagmiddagen en eventueel ook de zondag (gratis). Door jeugdsubsidies te verstrekken geeft de gemeente blijk dat ze dat zeer op prijsstellen. Door echter te bezuinigen op vele andere terreinen tracht de gemeente(s) haar verantwoordelijkheden af te schuiven bij derden. In dit geval bij de sportverenigingen. Natuurlijk zal elke vereniging verbeter slagen moeten maken, dit via het aanbod van hun bondsbureaus als professionalisering of wel gemakkelijker kunnen functioneren (bestuurlijk). Je ziet al samenwerking op gebied van contributie inning. Prima. Men zit dus duidelijk niet stil.
Opmerkelijk was dat na de discussies de oude bus na afloop vol zat en de mooie bus van FC Groningen aanmerkelijk leeg kwam te staan.
Dat zegt genoeg en maakt een en ander ons wel duidelijk. De samenleving komt zich zelf tegen met ontwikkelingen zoals die zijn gepresenteerd. Niets meer in handen van vrijwilligers is de dood in de pot binnen het verenigingsleven. De commercie bepaald dan. Is er geen behoefte dan creëert men deze wel. De doelen dienen dan ook uitdrukkelijk vanuit de bevolking te komen en niet vanuit de politiek. Uiteindelijk heeft de politiek er een zooitje van gemaakt en moeten anderen deze nu opruimen.
Natuurlijk is het goed om bv. met scholen samen te werken. Dat wordt nu ook al gedaan. We noemen de schoolkampioenschappen dammen, handbal etc. De buitenschoolse opvang is echter een verantwoordelijkheid van de ouders en de gemeente. De sport bied alleen faciliteiten en geeft hiermee aan zijn maatschappelijke betrokkenheid. De gemeente heeft haar eigen belangen maar vergeet wat de verenigingen al jaren toevoegen. Want was het niet de politiek die bv. de sportleraar heeft weg bezuinigd en de naschoolse opvang veel te duur heeft gemaakt. We noemen maar een zijstraat.
Al met al een leerzame avond en goed dat we er waren.
CK-07-11-2007