Terug  naar voorblad

 

Aan:   het college van de gemeente Tynaarlo

Kornoeljeplein 1

9481 AW Vries

 

in afschrift aan de gemeenteraad

 

 

Vries, 13 mei 2009

 

Onderwerp: vertrek gemeentesecretaris op grond van bevindingen BMC

 

 

 

Geacht college,

 

Onze fractie werd plotseling verrast door het bericht dat onze gemeentesecretaris, na een dienst van elf jaar in deze gemeente, is afgeserveerd. Reden: uit een onderzoek van BMC zou zijn gebleken dat het managementteam onder de maat zou hebben gefunctioneerd, en dat de gemeentesecretaris niet de juiste persoon zou zijn om in dezen vernieuwing te brengen. De concrete aanleiding voor het onderzoek, zouden kostbare fouten met de damwanden in Ter Borch en de aanleg van een fietspad te Eelderwolde zijn geweest.

 

Onthutsend vinden wij dat u als college de raad, toch het hoogste orgaan in deze gemeente, tot het laatst toe, niet heeft ingelicht. Het blijkt zelfs dat de media eerder op de hoogte was dan de raad. In de huis-aan-huisbladen stonden al keurig de van het college geciteerde berichten over het afdanken van de gemeentesecretaris. Dat pas nadat door Leefbaar Tynaarlo het rapport van BMC is opgevraagd, de raad op de hoogte is gesteld, zegt genoeg over hoe u communiceert met de raad. Enige arrogantie blijkt u niet vreemd te zijn.

 

Op zich is het goed dat het college onderkent dat er diverse kostbare blunders zijn begaan, waaronder de fouten met de damwanden en het fietspad te Ter Borch, en dat het blijkbaar onderkent dat herhaling van dergelijke zaken moet worden voorkomen. Er is in de afgelopen jaren het nodige misgegaan binnen deze gemeente, soms met zware consequenties. De vraag is echter of in dezen het college niet in de eerste plaats de hand in eigen boezem dient te steken en dient te vertrekken. Het ambtelijk apparaat wordt immers door het college aangestuurd. Blijkbaar heeft het college het ambtelijk apparaat niet op een adequate wijze leiding gegeven. In ieder geval geeft het geen pas, dat het college zich verschuilt achter de gemeentesecretaris en het managementteam. Ons komt nu voor dat de gemeentesecretaris en het managementteam thans als kop van Jut naar voren worden geschoven, om de aandacht van het disfunctioneren van het college af te leiden. Verder is de vraag, of het loslaten van een extern bureau als BMC wel de juiste wijze is om toekomstige problemen te voorkomen.

 

In de media wordt inmiddels verwoord u dat de gemeentesecretaris beperkt leiderschap zou hebben. Maar hij niet alleen, het voltallige managementteam zou geen “strategisch leiderschap” aan de dag te kunnen leggen. Daaruit valt op te maken, dat, als het college de standpunten van BMC overneemt, een verdergaande reorganisatie met daarmee gepaard gaande ontslagen, niet valt uit te sluiten. Dit lijkt ons echter onwenselijk. De afgelopen jaren is, onder andere door de gemeentesecretaris, het nodige werk verzet om de ambtelijke apparaten van de gemeenten waaruit Tynaarlo is ontstaan, aaneen te smeden. Het is nu, onzes inziens, van belang dat de gemeentelijke organisatie zich in alle rust op haar primaire taken kan richten - het dienen van de burgers - en niet onnodig geconfronteerd wordt met (weer) nieuwe reorganisaties en de daarmee gepaard gaande onrust.

 

Wel erg opvallend is verder dat diegene die in opdracht van u het onderzoek heeft gedaan - BMC - ook de interim-gemeentesecretaris levert, en deze gaat ook het traject leiden om tot de definitieve benoeming van een nieuwe gemeentesecretaris te komen. Hier plaatsen we grote vraagtekens bij. Immers, wie betaalt, die bepaalt, zo gaat het al rond in de gemeente. Dit zou volgens de signalen zowel binnen als buiten het glazenhuis gebeuren om het college uit de wind te houden zodat deze er zelf zonder kleerscheuren vanaf te komen.

 

Als uit hoofde van de “vernieuwingsimpuls”, BMC ook tot de conclusie zou komen dat ook (de) andere leden van het managementteam beter door personen “met een frisse blik van buiten” kunnen worden vervangen, zal BMC er vast al wel een idee van hebben, welke organisatie gedurende enige tijd “de interim strategische managers” kan leveren. Onze zorg in dezen is dat de gemeentelijke organisatie hierdoor de in eigen huis aanwezige inhoudelijke kennis en ervaring zal verliezen, en dat het gehele ambtelijk apparaat op een gegeven moment van de interim-managers van BMC aan elkaar zal hangen. Het lijkt ons onwenselijk, dat de gemeente Tynaarlo voor haar functioneren geheel afhankelijk wordt van een extern bureau. Daarenboven kan men nagaan wat dit de belastingbetaler van Tynaarlo gaat kosten. Externe krachten worden immers niet snel moe van het declareren.

 

In dezen kan geconstateerd worden dat het vaste stramien volgens welke BMC ook elders in den lande pleegt te opereren, in de gebeurtenissen van de afgelopen dagen reeds is te herkennen. Allereerst wordt de hoogste ambtelijk leidinggevende afgeserveerd, zodat van die kant de weerstand wordt gebroken en BMC daar een functionaris van zichzelf kan positioneren. Verder wordt geadviseerd dat er meer “strategisch management” nodig is. Bestaande leidinggevenden krijgen voor de vorm eerst nog de kans aan allerlei assesments en dergelijke mee te doen en zich daar voor joker te zetten, maar daarna wordt veelal spoedig geconstateerd dat zij beter door “strategische managers” vervangen kunnen worden. Eerst worden natuurlijke “strategische interim managers” van BMC gepositioneerd. Alleen een paar meegaande jaknikkers worden gespaard met de motivatie dat deze wel over strategische leiderschapskwaliteiten zouden beschikken.

 

Als het de insteek van het college was, om in de toekomst bestuurlijke en financiële blunders te voorkomen, is deze al met al niet bepaald goed bezig. Eerder dreigt het college weer in de fout te gaan en nieuwe rampspoed over de gemeente af te roepen. Allereerst is het feitelijk schandalig dat het college op basis van een globaal briefje met daarbij gevoegd enige powerpointsheets - een geheel dat de benaming “rapport” volstrekt niet kan dragen - ambtenaren de laan uit meent te kunnen sturen. In de tweede plaats geeft het geen pas de ambtelijke organisatie in onstuur te brengen om de eigen fouten van het college af te dekken. En in de derde plaats dreigt veel gemeenschapsgeld verloren te gaan aan adviesrapporten en werkzaamheden van externen - waaronder interim-managers - zodat dit niet kan worden besteed aan de eigenlijke gemeentelijke taakuitoefening.

 

Zoals feitelijk al aangegeven, zullen de werkzaamheden van BMC waarschijnlijk behoorlijk in de papieren gaan lopen. De kosten van advisering, de werkzaamheden van een interim-gemeentesecretaris, de verdere “begeleiding”, en onverhoopt de werkzaamheden van meer interim-managers kunnen in de honderdduizenden euro’s gaan lopen. Een slordige tweeëneenhalf ton is men er bijvoorbeeld zo kwijt. Het is dan ook de vraag of het geheel aan diensten, niet op grond van de Richtlijn Diensten Europees dient te worden uitbesteed.

 

Wij verzoeken u om - om te beginnen - ons mede te delen wat de werkzaamheden van BMC onze gemeente tot dusver gekost hebben, en wat de vooruitzichten in dezen zijn. Voor het overige menen wij ons standpunt afdoende te hebben benadrukt, en roepen wij u op ten halve te keren teneinde niet ten hele te dwalen. Wij houden in beraad, om over het onderhavige onderwerp een debat aan te vragen in de raad.

 

In afwachting van uw spoedige schriftelijke reactie verblijven wij.

 

Met vriendelijke groet,

 

 

 

C.H. Kloos

Fractievoorzitter Leefbaar Tynaarlo/EVZ-2000