Leefbaar Tynaarlo Landgoederen, Raadsvergadering 13 januari 2009

Aanvragen voor medewerking van de gemeente, in dit geval een aanvraag i.v.m. een landgoedinitiatief, moet worden beoordeeld op grond van de regelgeving en dus door  het volgen van verschillende procedures Voor de beoordeling of een aanvraag, in dit geval een aanvraag voor landgoedinitiatief, kan worden gehonoreerd, dient vooraf wel de spelregels goed te zijn vastgelegd. De regelgeving dient dus actueel te zijn om als meetlat te fungeren in hoeverre iets wel dan niet kan.   Ook dan kan een aanvraag, gemotiveerd met redenen, alsnog worden afgewezen. Juist wanneer er sprake is van maatwerk zoals het college in haar reactie aangeeft, dient uiterst  zorgvuldig te worden gehandeld.

Allereerst wil Leefbaar Tynaarlo het College en De Raad er op wijzen dat de “Beleidsnotie Nieuwe Landgoederen ver over de houdbaarheidsdatum heen is en dat volgens ons, wil men deze notitie als meetlat gebruiken, eerst een nieuwe procedure dient te worden opgestart”. De inwerkingtreding heeft plaats gevonden op 1 januari 2002 en was al op 14 april 2008 reeds verlopen. De gemeente heeft verzuimd om in 2008 volgens de gebruikelijke procedures, de notitie opnieuw voor 6 jaar vast te leggen.

Tevens moet ook de compensatie- en archeologieverordening worden geraadpleegd. Tevens wijzende op artikel 147 van de Gemeentewet, op het Provinciaal Omgevingsplan, de Habitatrichtlijn en het Structuurschema Groene Ruimte I;

Het bepaalde in de eerst genoemde verordening is ten aanzien van landschappelijke waarden van het gebied tussen Vries en Yde duidelijk en van toepassing als sprake is van schade op de locatie zelf door verlies aan waardevolle landschappelijke elementen of open structuren, schade aan de omgeving, bijvoorbeeld door een storende visuele werking (bosaanplant en de bouw van een woning), het verbreken van samenhang in het landschap of verlies aan openheid en de ruimtelijke ingreep plaatsvindt.

Het bepaalde in deze verordening is dus van toepassing op ruimtelijke ingrepen buiten de in de verordening aangegeven gebieden, indien deze ingrepen directe effecten hebben binnen de gebieden die zijn aangegeven. Op grond van deze bepalingen is een eerder initiatief tot realisatie van een landgoed in Donderen dan ook gestrand op het motief van jonge veldontginning en agrarische gronden, zo kon Bos en Vaart , gelegen tussen Vries en Yde, wel weer voldoen aan de toetsing om te worden omgezet als landgoed.

In het verleden hebben we de raad een notitie Landgoederen aangeleverd waarin we duidelijk hebben beschreven wat we onder landgoederen dienen te verstaan. Dit naar aanleiding van initiatieven voor het realiseren van een landgoed ten noorden van Donderen. Deze notitie was duidelijk en helder en heeft geen negatieve reacties van de raad of provincie opgeleverd.

Samengevat, voorzitter de beoordeling van nieuwe te realiseren landgoederen moet integraal gebeuren. Enkel het realiseren van nieuw bos of nieuwe natuur leidt op zichzelf niet automatisch tot een kwaliteitsimpuls voor het landelijke gebied. De aanleg van nieuwe nog  te realiseren landgoederen mag niet een instrument dan wel een excuus zijn om nieuwe (luxueuze) woningbouw, toe te staan in het landelijke gebied. Tevens dient het algemene belang boven het individuele belang te worden gesteld en deze afweging dient controleerbaar worden gemaakt.

We moeten, voorzitter verder voorkomen dat vanavond de bijzaken hoofdzaken worden. De vraag dient dus te zijn: “Willen we met z’n allen tussen Vries en Yde een landgoed”. Als we dat willen, dan zal dat betekenen dat het hele gebied inclusief de aangrenzende agrarische gronden ondergeschikt moeten worden  aan dat landgoed in wording. Concreet gaat het om een landgoed met woning dat zal worden gebouwd aan de Verlengde Kerkweg in het stroomlandschap van de Ruinsloot, pal tegen de beek aan. Het open coulissen landschap zal grotendeels hierdoor verdwijnen door o.a. de aanplant van minimaal vijf ha bos.

Voorzitter, duidelijk is dat de overheid een instrument, ter bevordering en instandhouding van particuliere landgoederen, in het leven heeft geroepen. Het komt er samengevat  op neer dat een geheel of gedeeltelijk met bossen of andere houtopstand  bezette onroerende zaak, bij het voortbestaan van die onroerende zaak in zijn karakteristieke verschijningsvorm, het behoud van het natuurschoon voorop dient te staan. Een hele volzin, maar zo staat het in de nota Ruimte van het Rijk . Niet alleen vanwege de waarde van het onroerend goed, maar ook omdat een bestaand landgoed een economisch gezonde onderneming dient te zijn, met inkomsten uit bosbouw, veeteelt en recreatie.

Voor nieuwe nog te realiseren landgoederen dient vooraf dan wel door de raad te zijn vastgelegd aan welke criteria een en ander dient te voldoen en op welke plaatsen binnen de gemeente een nieuw nog te bouwen landgoed wenselijk zou kunnen zijn. Ook de notitie over landgoederen, die destijds is vastgesteld, laat wat dat betreft ook niets aan duidelijkheid te wensen over. Daar wordt melding gemaakt van het feit dat, wanneer men nieuw nog te bouwen landgoederen ergens wil vestigen, de belangen van de landbouwers en de het op dat moment aanwezige landschappelijke karakter wel degelijk een heel grote rol dienen te spelen. Het is ons niet duidelijk wat concreet de consequenties zijn voor de eigenaren van gronden die grenzen aan een landgoed en de eventuele beperkingen. En mochten die er zijn dan zullen ook de agrariërs in de besluitvorming een prominente rol moeten spelen. In de stukken heb ik daar niets over gelezen. De vraag is zijn ze hier wel formeel van op de hoogte gebracht.

Nieuwe nog te  realiseren landgoederen komen echter alleen in aanmerking om als natuur- of beheersgebied te worden beschouwd, wanneer ze naar het oordeel van  o.a. de provincie bijdragen aan een duurzame en stabiele EHS. Deze begrenzing kan plaatsvinden als wijziging van eenvoudige aard. Het bovenstaande gaat voor wat betreft de gekozen locatie te Yde niet op.

Als belangrijkste criterium geldt, zo is onze mening, dat dit soort ontwikkelingen geen bedreiging mogen vormen voor het voortbestaan van de op dit moment nog bestaande agrarische bedrijven. Binnen het landschap van Tynaarlo hebben zeker agrariërs, zover we die nog hebben, een belangrijke rol als we spreken over onze landschappelijke invulling en het behouden daarvan, en verdienen dan ook zondermeer een beschermde status van deze gemeente.

Gezien het feit dat met de realisering van een landgoed ten zuiden van Yde de bevolking daar duidelijk te kennen heeft gegeven geen landgoed in het betreffende gebied te willen, vragen wij de raad nu duidelijk stelling te nemen, en niet toe te laten dat in de al decennia bestaande open structuur, een nieuw nog te bouwen landgoed komt, waarmee deze gronden verloren gaan voor de nu aanwezige open structuur. Ook zal het direct dan wel indirect invloed kunnen hebben op de in de omgeving liggende agrarische gronden. Juist in dit gebied zijn zomers nog vele weidevogels waar te nemen.

Leefbaar Tynaarlo verstaat onder landgoederen heel iets anders. De regelgeving hiervoor was bedoeld om bestaande prachtige hoeves voor het nageslacht te bewaren. Zeker als er geen opvolging voor de onderneming was, moest het kunnen aanwijzen voor de functie van landgoed, verloedering, verval en versnippering tegen gaan. Dan kun je daar gemeenschapsgelden insteken. We weten dat voor geld veel te koop is tegenwoordig, edoch het zover laten komen dat met geld van rijke particulieren volgens eigen smaak een groot gebied als tuin in te laten inrichten, zelfs riante optrekjes in kwetsbare open natuur, is wat ons betreft een station te ver. Dit soort landgoedontwikkeling is een ad hoc beleid en alleen gericht op het privé landschappelijk wonen.

Niet alleen ligt de betreffende locatie, waar het zogenoemde “landgoed” zou moeten worden gerealiseerd, vlakbij het kwetsbare en waardevolle natuurgebied “De Hondstongen”, ook ligt het zowaar middenin het historische beekdal van de Runsloot. Feitelijk is het gebied “De Hondstongen” een gedeelte van het Runslootbeekdal dat nog in oorspronkelijke staat is overgebleven. Met het beekdal van de Runsloot is in het verleden, in het bijzonder in de tijd van de ruilverkaveling in de zestiger jaren, niet altijd even zorgvuldig omgesprongen. Nu zijn evenwel de inzichten gelukkig zodanig bijgedraaid, dat dergelijke beekdallandschappen op hun waarde geschat worden. Echter, door de realisering van een geheel kunstmatig landgoed, dat historisch gezien geheel vreemd is aan de betreffende locatie, wordt het beekdallandschap van de Runsloot nog verder aangetast. Bovendien wordt de kans om dit oorspronkelijke en natuurlijk waardevolle beekdallandschap ooit in oude luister te herstellen, ernstig gedwarsboomd door middenin dit gebied allerhande landschapsvreemde elementen neer te planten.

Een enkele opmerking  van onze kant wil ik nog kwijt. In de stukken kunnen we lezen dat het landgoed ondergeschikt dient te zijn aan de natuur. Een gegraven sloot moet plotsklaps volgens de initiatiefnemers meanderen. Eerst dachten we aan een grapje. Maar het stond er toch, met foto zelfs, prachtig in de krant (DVHN 6 januari 2009). De gegraven sloot van weleer moet over een stukje van 500 meter gaan meanderen door het kunstmatig aangelegde landgoed. De sloot wordt hiervoor verlegd en om de woning geleid. Hierdoor zou het gebied een kwaliteitsimpuls moeten krijgen, zoals dit ook is gebeurd met de Drentse Aa. Hoezo ondergeschikt voorzitter. Iets wat van oorsprong er niet was, wordt middels gekunsteld gecreëerd.

Tenslotte: Drenthe is een van de weinige provincies waar het oorspronkelijke landschap met bijbehorende bebouwing nog zichtbaar is. De afgelopen jaren wordt dat beeld in een steeds sneller tempo teniet gedaan. Bungalowparken en terreinen vol vakantiehuisjes hebben al een aanzienlijk deel van dit landschap opgeslokt.  Oorspronkelijke keuterijen en andere boerenbehuizingen hebben plaats gemaakt voor ‘boerderettes’ of andere nieuwbouw. Er zijn –ook landelijk- recent diverse initiatieven ontplooid tegen de ‘verrommeling’ van het landschap en voor het zorgvuldiger omgaan met onze waardevolle omgeving. Er zijn recent grote sommen geld gestoken in –ik noem maar een voorbeeld- het herstel van de meandervorming van de Drentse Aa. Laten we voorkomen dat over 20 of 30 jaar onze opvolgers opnieuw aanzienlijke bedragen moeten gaan investeren om te proberen de schade te herstellen van niet goed doordachte projecten nu.

Een landgoed in Yde dient geen enkel belang, behalve dat van de aanvrager. Ik wijs u met klem op de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het kan en mag niet zo zijn dat een prachtig stuk ongeschonden natuur verdwijnt zonder enig gerechtvaardigd doel of belang. Ik denk dat hier een open kans ligt voor de locale en regionale overheid om juist te laten zien dat zij ook de lange termijn bewaken, oog hebben voor datgene wat uit oogpunt van cultuurhistorie en natuur bijzondere waarde heeft.  Overheden hebben mijns inziens juist de taak hiervoor op te komen.

Casper Kloos, 2009

 

 

 

Gegevens van de regeling

Officiële naam

Beleidsnotitie Nieuwe landgoederen

Citeertitel

Beleidsnotitie Nieuwe landgoederen

Naam Organisatie

Gemeente Tynaarlo

Besloten door

college van burgemeester en wethouders

Onderwerp

Ruimtelijke Ordening, Verkeer en Vervoer

Datum Inwerkingtreding

01-01-2002

Geldig tot

14-04-2008

Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen

Grondslagen

1.       Natuurschoonwet 1928

2.       Gemeentewet, art. 108

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen

Datum Terugwerkendekracht

Datum Ondertekening

Betreft

Ontstaansbron

Datum ondertekening

Bron Bekendmaking

 

28-05-2001

nieuwe regeling

28-05-2001

Oostermoer, 22-11-2001

 

Inwerkingtredingsbesluit

Kenmerk Voorstel

Datum Inwerkingtredingbesluit

Bron Inwerkingtreding

28-05-2001

Oostermoer, 22-11-2001

Collegevergadering agendapunt 19, 28-05-2001