het college van de gemeente Tynaarlo
t.a.v. de heer H.H. Assies
wethouder en portefeuillehouder Verkeer en Vervoer
Kornoeljeplein 1
9481 AW Vries
in afschrift aan de gemeenteraad
Vries, 13 augustus 2008
Onderwerp: rechtzetting van enige misverstanden over de herkomst van “post onvoorzien”
Geachte heer Assies,
In vervolg op mijn brief, door mij verzonden op 8 augustus 2008, over werkzaamheden in Zuidlaren, en in reactie op het door u gegeven interview in het Dagblad van het Noorden (editie Noord-Drenthe) van vandaag, 13 augustus 2008, pagina 7, met de titel “Fouten horen bij grote projecten”, deel ik u het volgende mede.
In het bedoelde interview (dat u naar ik aanneem heeft gegeven in uw hoedanigheid van wethouder en dat daarmee mijns inziens geacht kan worden het standpunt van het college weer te geven) gaat u in op de door mij aan de orde gestelde fout die is gemaakt bij de aanleg van het fietspad in Zuidlaren. Dit kwam er kortweg op neer, dat een deel van het fietspad op terrein van particulieren was aangelegd, zodat dit gedeelte van het fietspad weer moest worden afgezaagd en aan de andere zijde van het pad weer asfalt moest worden aangezet.
Dat u het afzagen en weer aanbrengen van asfalt - hetgeen naar mijn beleving toch een prijzige werkzaamheid is - typeert als “aanpassingen van niks”, is tot daar aan toe. Dat is uw beoordeling, al naargelang wat men verstaat onder “niks”. Wij vragen uw college hierbij dan ook om de “staat van meer en minder werk” van dit project aan ons te doen toekomen.
Een andere opmerking van u getuigde wel van een enorme arrogantie. Op de vraag, wat de fout de belastingbetaler wel niet kost, antwoordt u namelijk, naar mijn indruk ietwat laconiek: “Niks extra. De extra kosten worden betaald uit de post onvoorzien (…)”.
Toen ik dit las, ging er een hele nieuwe wereld voor mij open. Want als ik deze opmerking van u dus goed begrepen heb, is het geld uit de “post onvoorzien” dus niet van de belastingbetaler afkomstig, als betalingen hieruit deze belastingbetaler immers niets kosten. Kennelijk is deze post een onuitputtelijke bron waar het gemeentebestuur onbeschroomd uit kan putten.
Plotseling zie ik de onbegrensde mogelijkheden die hiermee bestaan, en vraag ik mij af waarom wij dat niet jaren eerder hadden geweten: dan was het besturen van deze gemeente een stuk makkelijker geweest, met dit bodemloze geldreservoir van niet-belastinggeld tot ons aller beschikking. Waarom zo moeilijk gedaan over bijvoorbeeld de nodige investeringen voor de zwembaden en de overige sport- en recreatievoorzieningen? Betaal dat dan ook gewoon uit de “post onvoorzien”! En de eerste de beste keer dat het college weer voor de raad verschijnt met de vraag een bedrag aan gemeenschapsgeld te voteren voor weer een of ander feestje waarmee het college diens eigendunk wil etaleren, kunnen wij dit blijmoedig van de hand wijzen door simpelweg het college te adviseren dat bedrag maar van de volhangende geldbomen te plukken in het oneindig uitgestrekte luilekkerland dat “post onvoorzien” heet.
Zat ik dus net binnen mijn fractie allerhande leuke en belastingbetalervriendelijke ideetjes te verzinnen aangezien er in de vorm van de “post omvoorzien” blijkbaar toch een oeverloze geldzee in onze gemeente gelegen was (waarom bijvoorbeeld geen goudgeplaveide fietspaden aangelegd, mits met afdoende maatregelen tegen gladheid?), toen een bepaald besef als een baksteen op ons neerzakte en onze dagdromen weer wreed uiteen deed spatten. Een kleuter meldde ons namelijk dat ook dit geld toch immers ergens vandaan moest komen! Dit is uiteindelijk ook gewoon gemeenschapsgeld dat uiteindelijk zijn bron in de belastingbetaler vindt. Ook geld dat uit deze post wordt gehaald om de kosten van bepaalde fouten af te dekken, kan, hetgeen aan geld eigen is, maar één keer worden uitgegeven.
Uiteraard is het zo, dat waar gewerkt wordt, fouten kunnen worden gemaakt. En inderdaad dient een “post onvoorzien” ervoor, om dergelijke onverhoopte maar toch menselijke fouten op te kunnen vangen. Dat gezegd hebbende, moet toch worden vastgesteld dat het voorhanden hebben van een “post onvoorzien” waaruit geput kan worden, op zichzelf geen excuus is om er maar frank en vrij op los te blunderen. Het blijft immers sneu geld, dat anders na de afronding van het project weer voor de raad beschikbaar was gekomen en naar andere posten had kunnen worden overgemaakt, zodat het voor andere zaken had kunnen worden aangewend. Aan het eind van de dag is de belastingbetaler toch nooit gebaat bij door de gemeente gemaakte kosten die vermijdbaar waren geweest. Kortom, u heeft toch wel wat al te gemakkelijk staan praten over andermans geld: geld van de bevolking; opgebracht door de belastingbetaler. Het komt er gewoon op neer dat uw arrogante opmerking simpelweg wethouderonwaardig is. Beter zou het zijn als u uw wethouderschap neerlegde.
Verder meldt u - naar mijn beleving ook vrij achteloos - dat het (zoals wij al vermoedden), “vaak genoeg” gebeurt dat (fiets)paden over grond van particulieren lopen. Vooral in oude kernen zou dat het geval zijn. “Feitelijk gebruik en papieren werkelijkheid wijken daar met regelmaat af”, zo stelt u. Dit kan - volgens u - dan beter even tijdens het werk mondeling worden geregeld (het wordt “nooit op papier gezet”), of weer worden rechtgezet, dan van tevoren uitgezocht.
Toe maar, alsof het allemaal niks is. Ik stel mij zo voor, dat als “blunderen” ooit tot olympische topsport wordt verheven, uw college zich spoedig op het erepodium staat te verdringen om de lading gouden plakken in ontvangst te nemen. (Wellicht zouden met tegeldemaking daarvan de kosten weer wat kunnen worden gedekt.) Ondertussen hebben - als niet gevoeglijk de nodige rechten op de betreffende gronden zijn gevestigd - de rechthebbenden in het algemeen zo’n twintig jaar (de verjaringstermijn, ingeval goede trouw ontbreekt) de tijd om herstel van de rechtmatige situatie te vorderen. Dat hieruit in de toekomst dus nog de nodige problemen - met bijbehorende kosten - voort kunnen vloeien, snapt een kind. Het adagium “voorkomen is beter dan genezen” is aan u echter blijkbaar niet besteed. En een discussie over de morele vraag, of men op zo’n laconieke wijze met de eigendommen van onze burgers om zou kunnen gaan, door als gemeente het probleem feitelijk bij hen neer te leggen in plaats van goede voorbereidingen te treffen zoals het een publiek orgaan betaamt, zal voor u wellicht ook wat te hoog gegrepen zijn. Zulke vraagstukken laat men uiteraard liever even op de achtergrond, als men bezig is de blits te maken bij de feestelijke opening van de fietspaden en dergelijke.
Ervan uitgaande voor u weer het nodige te hebben verduidelijkt, verblijft mijn fractie, zich inzettende tegen verspilling van gemeenschapsgeld.
Met vriendelijke groet namens de raadsfractie,
C.H. Kloos, fractievoorzitter Leefbaar Tynaarlo/EVZ-2000