INITIATIEFVOORSTEL VOOR VERORDENING

 

AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE TYNAARLO

 

 

WIJZIGING ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING

 

TER VERSCHERPING VERBOD OP BESPIEDING

 

 

Leefbaar Tynaarlo

 


INDIENING INITIATIEFVOORSTEL EX ARTIKEL 38 “REGLEMENT VAN ORDE”

 

Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening ter verscherping verbod op bespieding

 

 

 

Aan:                Aan de voorzitter van raad van de gemeente van Tynaarlo

Kornoeljeplein 1

9481 AW Vries

                                                            

Van:                 de leden van de raad van de gemeente Tynaarlo die het bijgevoegde initiatiefvoorstel hebben ondertekend, namens hun onderscheidenlijke raadsfracties

                                                                                 

Vries,               datum: aangegeven in bijgevoegd initiatiefvoorstel

 

betreft:            INITIATIEFVOORSTEL EX ARTIKEL 38, REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN OVERIGE WERKZAAMHEDEN VAN DE RAAD DER GEMEENTE TYNAARLO

 

onderwerp:     wijziging Algemene Plaatselijke Verordening ter verscherping verbod op bespieding

 

 

 

Geachte voorzitter,

 

Hierbij verzoeken de raadsleden die het bijgevoegde initiatiefvoorstel hebben ondertekend u, overeenkomstig het bepaalde in artikel 38, Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de raad der gemeente Tynaarlo, om dit bijgevoegde initiatiefvoorstel (inzake een voorgestelde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening ter verscherping van het verbod op bespieding, en andere hinderlijke gedragingen) te agenderen voor de eerstvolgende raadsvergadering waarop dat ingevolge het voornoemde “Reglement van Orde” mogelijk is.

 

Met vriendelijke groet,

 

Namens hun onderscheidenlijke raadsfracties,

 

 

 

De leden van de raad van de gemeente Tynaarlo die het bijgevoegde initiatiefvoorstel hebben ondertekend


 

 

Raadsvergadering d.d. …………………………       agendapunt …

 

Aan:

 

De Gemeenteraad

 

Vries, …

 

 

 

Onderwerp:

 

wijziging Algemene Plaatselijke Verordening ter verscherping verbod op bespieding

Portefeuillehouder:

Initiatiefvoorstel fractie Leefbaar Tynaarlo

Behandelend ambtenaar:

J.L. de Jong

Tel. 0592 – 266606

Email: j.l.de.jong@tynaarlo.nl

Gevraagd besluit

de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tynaarlo te wijzigen conform het bijgevoegde conceptbesluit

Bijlagen:

conceptbesluit met toelichting

 

 

TOELICHTING

 

Hierbij willen de ondergetekende raadsleden namens hun onderscheidenlijke raadsfracties graag het volgende initiatiefvoorstel aan u voorleggen.

Het voorstel houdt in om te komen tot  een scherpere regeling in de Algemene Plaatselijke Verordening om het bespieden van personen in hun privésfeer tegen te gaan.

 

 

Inleiding

 

 

Directe aanleiding om tot een scherpere regeling te komen, is de praktijk dat privaatrechtelijke organisaties, zoals privédetectivebureau  of private onderzoeksteams, pseudo-opsporingstaken gaan verrichten in het kader van (privaatrechtelijke) geschillen. Met name verzekeringsmaatschappijen blijken steeds vaker privédetectivebureaus of private onderzoeksteams in te schakelen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om slachtoffers van letselschade, te betrappen op oneigenlijk gebruik. Het komt voor dat slachtoffers vanuit de bosjes rond hun huis heimelijk worden geobserveerd. Over deze algemene ontwikkelingen is onlangs gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden, editie Drenthe-Noord, (10 maart 2007).

 

Naar de mening van de fractie van Leefbaar Tynaarlo behoeft het weinig voorstellingsver-mogen dat zulke gebeurtenissen een sterke feitelijke overlast teweeg kunnen brengen en ook psychisch een zware last op de betrokkenen zullen leggen, zeker indien daarvoor hun privé-terrein wordt geschonden.

 

De gemeente Tynaarlo kan, door de bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening aan te scherpen, de verantwoordelijkheid nemen aan het tegengaan van een gesignaleerde en onwenselijk geachte ontwikkeling bij te dragen.

 

Vervolgprocedure

 

De vaststelling van de wijzigingen in de verordening zullen op de gebruikelijke wijze worden bekendgemaakt zodat zij, wettelijk gezien, in werking treden. Tevens dient het besluit te worden medegedeeld aan het parket van het arrondissement Assen in verband met de strafrechtelijke handhaving.

 

Financiële consequenties

 

Het wijzigen van de verordening zal voor de gemeente Tynaarlo geen rechtstreekse baten of lasten met zich meebrengen.

 

Procedure behandeling initiatiefvoorstel

Voorgesteld om per fractie aan te geven of men over dit voorstel het woord wenst te voeren en verder de discussie voor de behandeling van dit voorstel in maximaal 30 minuten te voeren.

 

Gevraagd besluit

 

De gevraagde discussie te voeren in dier voege dat de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tynaarlo te wijzigen op het tegengaan van bespieding en dergelijke hinderlijke gedragingen, conform het bijgevoegde conceptbesluit.

 

De leden van de fractie van Leefbaar Tynaarlo

 

C.H. Kloos

 

R. Kraayenbrink

 

P. van Mombergen

 


 

Raadsbesluit nr. …

 

Betreft: wijziging Algemene Plaatselijke Verordening ter verscherping verbod op bespieding

 

 

De raad van de gemeente Tynaarlo;

 

gelezen het initiatiefvoorstel van de fractie van Leefbaar Tynaarlo/;

 

gelet op artikel 149 en het eerste lid van artikel 154 van de Gemeentewet;

 

overwegende, dat het, ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen, wenselijk is tot een scherpere regeling te komen inzake het tegengaan van overlast door bespieding van personen en woningen en erven, en dergelijke hinderlijke gedragingen;

 

 

B E S L U I T:

 

vast te stellen deze: Verordening ter wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tynaarlo op het tegengaan van bespieding en dergelijke hinderlijke gedragingen

 

ARTIKEL I

Onder dienovereenkomstige wijziging van de opgave van de Inhoud van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tynaarlo; wordt artikel 2.4.13 van deze Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tynaarlo gewijzigd en er wordt in deze Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tynaarlo een artikel 2.4.14 en een artikel 2.4.15 ingevoegd; welke artikelen 2.4.13, 2.4.14 en 2.4.15 achtereenvolgens als volgt komen te luiden:

 

Artikel 2.4.13 Algemene bepalingen over bespieding, of dergelijke hinderlijke gedragingen

1.      In dit artikel en in de artikelen 2.4.14 en 2.4.15 wordt in ieder geval verstaan dan wel mede begrepen onder:

A.      audiovisuele opnamen: beeldopnamen en of geluidsopnamen, of het maken van andersoortige opnamen of het verrichten van registraties, met welk middel dan ook, zoals bijvoorbeeld filmopnamen of foto-opnamen;

B.     bespieden van personen: het observeren van personen; en of heimelijk, dan wel op hinderlijke wijze openlijk, de gangen van personen nagaan; en of het maken van aantekeningen over het doen en laten van personen en of het anderszins nabijkomen van personen voor het verzamelen en of vastleggen van gegevens henbetreffende; en of het maken van audiovisuele opnamen van bepaalde personen in het bijzonder;

C.     eigen woning en erf: de woning waarvan men zelf hoofdbewoner of medebewoner is, en het bijbehorende erf; dan wel de woning en het bijbehorende erf alwaar men zich met toestemming van de bewoner bevindt;

D.     erf: het grondgebied waarop een woning staat; alsmede een stuk grondgebied rondom of nabij een woning, dat naar uiterlijke schijn bij deze woning behoort;

E.     langdurig: geruime tijd durend; of in ieder geval zo lang durend als dat in het algemeen redelijkerwijs als hinderlijk wordt ervaren;

F.      stelselmatig: systematisch; en of voortdurend, volgens een naar uiterlijke schijn vooropgezet systeem; en of door middel van het innemen van een post; of in ieder geval zodanig als dat in het algemeen redelijkerwijs als hinderlijk wordt ervaren;

G.     woningen: alle gebouwen, en tevens alle woonwagens en woonschepen.

2.      Dit artikel en de artikelen 2.4.14 en 2.4.15 strekken in het bijzonder tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen en derhalve tot het voorkomen van overlast voor personen welke onder andere kan bestaan uit moedwillige, of anderszins verwijtbare, schendingen van hun persoonlijke levenssfeer door een ander.

3.      Dit artikel en de artikelen 2.4.14 en 2.4.15 zijn toepasselijk voorzover beschreven handelingen niet betreffen de wettelijk bevoegd begane ambtshandelingen van opsporingsambtenaren, toezichthoudende ambtenaren of andere overheidsdienaren.

4.      Dit artikel en de artikelen 2.4.14 en 2.4.15 zijn van toepassing voorzover voor het begaan van beschreven handelingen geen uitdrukkelijke toestemming is gegeven door degene of degenen van wie het belang is geraakt door deze handelingen.

5.      Dit artikel en de artikelen 2.4.14 en 2.4.15 zijn niet van toepassing op het maken van geluidsopnamen vanuit de eigen woning of vanaf het eigen erf, of het anders dan langdurig en of stelselmatig maken van andere audiovisuele opnamen vanuit de eigen woning of vanaf het eigen erf, en doen niet af aan de mogelijkheid zich op enige plaats in de eigen woning of op het eigen erf te bevinden of andere personen daartoe toe te laten, noch aan de mogelijkheid eigen woning, erf of terrein, of de openbare ruimte indien dat door de overheid geschiedt, te beveiligen met toezichtcamera’s of bewakingsapparatuur.

6.      Dit artikel en de artikelen 2.4.14 en 2.4.15, behoudens de eerste twee leden van artikel 2.4.14, zijn niet van toepassing op het observeren van een persoon of plaats, of het maken van audiovisuele opnamen van een persoon of plaats of het anderszins verzamelen en of vastleggen van gegevens over een persoon of plaats, in het geval dat deze persoon op het betreffende moment optreedt in de hoedanigheid van diens ambt of beroep of in het kader van een activiteit of gebeurtenis die redelijkerwijs geacht kan worden in de publieke belangstelling te staan, of indien zich met betrekking tot de plaats een gebeurtenis of activiteit voordoet of heeft voorgedaan die redelijkerwijs geacht kan worden in de publieke belangstelling te staan; mits in alle gevallen de persoonlijke levenssfeer van personen niet op onevenredige en hinderlijke wijze wordt geschaad.

7.      Enig bestaand of te verwachten privaatrechtelijk of andersoortig geschil, geldt op zichzelf niet als activiteit of gebeurtenis, die redelijkerwijs geacht kan worden in de publieke belangstelling te staan op een wijze als bedoeld in dit artikel en of artikel 2.4.15, of, gelet op artikel 2.4.15, valt binnen het kader van het onderhouden van eigen sociale contacten.

8.      Het is verboden de in dit artikel en de in de artikelen 2.4.14 en 2.4.15 verboden gedragingen te verrichten; ook indien opzet, voorzover dit niet uitdrukkelijk als onderdeel van de verbodsbepaling is vermeld, hiertoe ontbreekt; in welk laatste geval degene die de gedraging verricht, diens strafbaarheid uit hoofde van de voornoemde artikelen ongedaan kan maken door zich, terstond nadat deze bekend is geworden met de ongeoorloofdheid van diens gedraging, te verwijderen van het erf of uit de nabijheid van de persoon, het erf of de woning, of van de plaats waar het anderszins uit hoofde van de voornoemde artikelen verboden is zich op te houden, en bovendien terstond alle in strijd met het verbod gemaakte opnamen of anderszins vastgelegde gegevens te vernietigen en ervoor te zorgen dat verzamelde gegevens niet verspreid en of gebruikt worden.

9.      Het is verboden opzettelijk een poging te doen om het bepaalde in dit artikel en de artikelen 2.4.14 en 2.4.15 te overtreden; om opzettelijk een ander behulpzaam te zijn bij het overtreden van het bepaalde in deze voornoemde artikelen of opzettelijk aan een ander, tot zulke overtreding, gelegenheid, middelen of bijstand in enige andere vorm te verschaffen; om opzettelijk, ter uitvoering of voorbereiding van een overtreding van het bepaalde in voornoemde artikelen, voorwerpen, stoffen, informatiedragers, vervoermiddelen, apparaten, werktuigen of wat voor goederen of zaken dan ook, welke kennelijk bestemd zijn tot het overtreden van het bepaalde in deze voornoemde artikelen, te verwerven, te vervaardigen, te vervoeren, voorhanden te hebben of ergens aan te brengen; en om anderszins opzettelijk enige handeling te verrichten ter uitvoering of voorbereiding van een overtreding van het bepaalde in de voornoemde artikelen.

 

Artikel 2.4.14 Bespieden van personen

1.      Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van een woning of een erf op te houden, of zich op een erf op te houden, met de kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in deze woning of op dit erf bevindende persoon, te bespieden.

2.      Het is verboden door middel van een verrekijker, of een instrument met een gelijksoortige functie, een zich in een woning dan wel op een erf bevindende persoon te bespieden.

3.      Het is verboden personen te bespieden vanaf een plaats die niet voor het publiek algemeen toegankelijk is of met het kennelijke doel daartoe zich op een zodanige plaats op te houden.

4.      Het is verboden om een persoon stelselmatig en of langdurig te volgen en of te bespieden.

 

Artikel 2.4.15 Overige hinderlijke gedragingen tegen de persoonlijke levenssfeer gericht

1.      Het is verboden om van een persoon in het bijzonder, hetzij heimelijk, hetzij op een voor de persoon hinderlijke wijze openlijk, audiovisuele opnamen te maken.

2.      Het is verboden om audiovisuele opnamen te maken van een persoon of van personen, of van een woning in het bijzonder of van een erf in het bijzonder, vanaf een plaats die niet voor het publiek algemeen toegankelijk is, of zich met het kennelijke doel daartoe op een dergelijke plaats op te houden.

3.      Het is verboden om stelselmatig en of langdurig, audiovisuele opnamen te maken van een persoon of van personen, of van een woning in het bijzonder of van een erf in het bijzonder, of zich met het kennelijke doel daartoe in de nabijheid van die persoon of die personen, of die woning of dat erf, of op dat erf, op te houden.

4.      Het is, buiten het kader van het onderhouden van eigen sociale contacten, verboden om stelselmatig personen aan te spreken of bij of aan woningen, of op andere wijzen, contact te zoeken met personen, met het kennelijke doel bij deze personen inlichtingen in te winnen over een andere persoon of anderszins het verkrijgen of verzamelen van gegevens betreffende een andere persoon mogelijk te maken of te vergemakkelijken.

5.      De in het vorige lid gestelde verboden gelden niet:

A.      indien de gewenste gegevens enkel benodigd zijn om met de bedoelde andere persoon ten behoeve van een gerechtvaardigd doel in contact te treden, of om zich oprecht gerust te stellen over het algemeen welbevinden van deze andere persoon;

B.     indien de gewenste inlichtingen enkel betrekking hebben op een gebeurtenis die redelijkerwijs geacht kan worden in de publieke belangstelling te staan; dan wel

C.     indien enkel algemene inlichtingen worden gevraagd ten behoeve van een wetenschappelijke of soortgelijke enquête of een buurtonderzoek of iets dergelijks, en de verkregen of verzamelde gegevens vertrouwelijk zullen worden behandeld en anoniem zullen worden verwerkt;

mits in alle gevallen de persoonlijke levenssfeer van de andere persoon niet op onevenredige en hinderlijke wijze wordt geschaad.

 

ARTIKEL II

1.      Dit besluit zal zo spoedig mogelijk worden bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in de eerste twee leden van artikel 139 van de Gemeentewet.

2.      Na bekendmaking zal dit besluit onverwijld worden medegedeeld aan het parket van het arrondissement Assen op de wijze als bedoeld in artikel 143 van de Gemeentewet.

3.      Het college is opgedragen voor de goede uitvoering van het bepaalde in de vorige twee leden van dit artikel en voor andere benodigde uitvoeringshandelingen zorg te dragen.

4.      Ten behoeve van de overzichtelijkheid en werkbaarheid is het college opgedragen met bekwame spoed een gecomprimeerde versie van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tynaarlo met bijbehorende Toelichting op te stellen en aan de raad ter goedkeuring aan te bieden; waarna de vorige drie leden nogmaals toepassing vinden.

5.      Dit besluit treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

 

Vries, …………………………

 

De raad voornoemd,

 

, voorzitter.

 

, griffier.


 

TOELICHTING:

 

ARTIKEL I

 

ALGEMEEN OVER DE ARTIKELEN 2.4.13, 2.4.14 EN 2.4.15

 

De nieuwe regeling beoogt een verscherping van de huidige regeling door te voeren; ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van (natuurlijke) personen, met name - doch niet noodzakelijkerwijs uitsluitend - personen die zich in hun privé-domein bevinden (dus niet handelen in het kader van hun beroep of ambt of iets dergelijks).

 

De grondslag voor de regeling ligt in de autonome verordenende bevoegdheid van de raad, als bedoeld in artikel 149, Gemeentewet, en de bevoegdheid straf te stellen op de overtreding van raadsverordeningen, als bedoeld in artikel 154, lid 1, Gemeentewet.

 

Thans (2007) zijn de volgende artikelen in de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tynaarlo (verder: APV) opgenomen, die door de nieuwe regeling zullen worden gewijzigd:

 

“Artikel 2.4.13 Bespieden van personen

1.      Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te bespieden.

2.      Het is verboden door middel van een verrekijker een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te bespieden.

 

Artikel 2.4.14 Bewakingsapparatuur (vervallen)

 

Artikel 2.4.15 Nodeloos alarmeren (vervallen)”

 

Deze regeling dient, zo ook het geval zal zijn met de nieuwe regeling, in samenhang gelezen te worden met de strafbepaling uit de APV, die luidt en blijft luiden:

 

“Artikel 6.1 Strafbepaling

Overtreding van een bij of krachtens deze verordening vastgestelde verbodsbepaling, niet-nakoming van een bij of krachtens deze verordening opgelegde verplichting en niet nakoming van een voorschrift aan een vergunning of ontheffing verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.”

 

De nieuwe regeling beoogt in geen geval af te doen aan hetgeen reeds in het huidige artikel 2.4.13 van de APV is geregeld. De overwegingen van de raad die ertoe geleid hebben deze bepalingen vast te stellen blijven dan ook onverkort van belang. De nieuw voorgestelde regeling beoogt wel deze regeling te verscherpen in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van - door schending van de persoonlijke levenssfeer veroorzaakte - overlast (vandaar nog steeds de plaatsing in de betreffende afdeling). Ter bescherming van deze zelfde belangen worden nog enige andere handelingen uitdrukkelijk verboden. Sommige nieuw beschreven handelingen zouden wellicht ook al wel impliciet in de bestaande bepalingen gelezen kunnen worden; maar worden nu toch expliciet naar voren gehaald. Zo zal het meer voorkomen dat er overlapping plaatsvindt of dat de ene bepaling een verbijzondering is van een andere bepaling. De sancties zijn steeds gelijk.

 

Directe aanleiding voor de wens om tot een scherpere regeling te komen, is de praktijk dat privaatrechtelijke organisaties, zoals bureautjes van zogenoemde privé-detectives of iets dergelijks, pseudo-opsporingstaken gaan verrichten in het kader van (privaatrechtelijke) geschillen. Met name verzekeringsmaatschappijen blijken steeds vaker zogenaamde privé-detectives of private onderzoeksteams aan te wenden om burgers, bijvoorbeeld slachtoffers van letselschade, te betrappen op oneigenlijk gebruik. Het komt voor dat slachtoffers letterlijk vanuit de bosjes rond hun huis heimelijk worden geobserveerd. Over deze algemene ontwikkelingen is bijvoorbeeld gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden, editie Drenthe-Noord, jaargang 5, nummer 288, Hazewinkel Pers, 10 maart 2007, bladzijde 1 en 33.

 

Het behoeft weinig voorstellingsvermogen dat zulke gebeurtenissen een sterke feitelijke overlast teweeg kunnen brengen, en ook psychisch een zware last op de betrokkenen zullen leggen, zeker indien daarvoor hun privé-terrein wordt geschonden.

 

Weliswaar kunnen private organisaties, zoals verzekeringsmaatschappijen, een legitiem belang hebben bij het verzamelen van bewijsmiddelen ten behoeve van de beslechting van een (privaatrechtelijk) geschil met natuurlijke personen, en is het ook in het algemeen belang dat eventuele fraude wordt tegengegaan, doch het is de vraag in hoeverre dit een beperking van de persoonlijke levenssfeer door personen of organisaties die niet (noodzakelijkerwijs) de expertise van een opsporingsambtenaar of andere overheidsdienaar hebben en wiens werkwijze niet (noodzakelijkerwijs) dezelfde waarborgen voor de betrokkenen biedt, kan rechtvaardigen. Eigenrichting kan in het algemeen toch niet duldbaar geacht worden.

 

Hoewel de bestaande bepalingen al wel enigszins een houvast bieden om tegen gesignaleerde toestanden op te kunnen treden, is het toch wenselijk om, teneinde in ieder geval binnen de gemeente Tynaarlo de gesignaleerde tendens tegen te gaan, de regeling te verscherpen. Ook bestaat er, op bovengemeentelijk niveau, wetgeving in het kader van onder andere de persoonlijke levenssfeer, zodat de gemeente in dezen geen onbeperkte regelgevende mogelijkheden heeft. Doch voorzover gesignaleerde toestanden zich uiten in de vorm van overlastveroorzakende gedragingen, blijkbaar begaan in een beperkt besef van wat sociaal en betamelijk is, verricht op het grondgebied van de gemeente Tynaarlo, en voorts begaan buiten het privé-domein van degene die deze handelingen verricht, en bovendien algemene onrust teweeg kunnen brengen, lenen deze zich er goed voor om op lokaal niveau, in het kader van de eigen autonome gemeentelijke huishouding, te worden gereguleerd in de APV. De gemeente kan in dezen diens verantwoordelijkheid nemen teneinde bij te dragen aan het tegengaan van een gesignaleerde en onwenselijk geachte ontwikkeling. Een ander oogmerk van de bepalingen blijft daarnaast ook evenzeer het tegengaan van ergerlijk, onbetamelijk en hinderlijk gedrag in het algemeen. En ook zogenoemde paparazzipraktijken kunnen met de verscherpte regeling worden tegengegaan, zoals ook onder de bestaande regeling overigens wel in zekere mate het geval is.

 

Een bijzonder punt van aandacht is, hoe merkwaardig dit op het eerste gezicht ook lijkt, het recht op de vrijheid van meningsuiting. Teneinde een mening of standpunt te kunnen uiten is het immers van belang om ten behoeve daarvan informatie, zoals inlichtingen, te vergaren. Dit wordt wel het recht op vrije nieuwsgaring genoemd. Aangevoerd zou kunnen worden dat handelingen ter bespieding wellicht onder omstandigheden ook een vorm van nieuwsgaring kunnen zijn. Als er bij wettelijk voorschrift, zoals bij een APV, hierop beperkingen gelegd worden, is het derhalve van belang dat deze beperkingen een legitieme rechtvaardiging hebben, zoals de bescherming van de rechten van anderen, of de openbare orde of de goede zeden; en dat proportionaliteit in acht wordt genomen. Dit alles is meegewogen.

 

De nieuwe regeling is opgesplitst in drie artikelen. In het eerste artikel (2.4.13) zijn de definities gegeven en wordt het toepassingsbereik geregeld; waaronder ook uitzonderingen. Daarnaast zijn er enkele andere algemene bepalingen opgenomen. Het tweede artikel (2.4.14) stelt verboden in tegen bepaalde (hinderlijke) gedragingen tot bespieding van personen. Ten slotte worden in het derde artikel (2.4.15), dat de meeste vernieuwing in de regeling brengt, enige andere hinderlijke (dus overlastgevende) gedragingen die de persoonlijke levenssfeer raken en tegen bespieding aanhangen, verboden.

 

ARTIKELGEWIJS OVER DE ARTIKELEN 2.4.13, 2.4.14 EN 2.4.15

 

Artikel 2.4.13 Algemene bepalingen over bespieding, of zodanige hinderlijke gedragingen

Dit artikel geeft enige definities van termen die nadere uitleg behoeven en die specifiek op dit onderwerp betrekking hebben en niet aan het begin van de APV bij de definities zijn vermeld. Ook wordt het toepassingsbereik van de regeling geregeld, zodat ook vastgesteld kan worden dat bepaalde situaties buiten de verbodsbepalingen vallen, of juist daarbinnen.

Lid 1

In lid 1 worden de definities in alfabetische volgorde behandeld. De definities dienen, gezien de formulering, met name om bepaalde begrippen uit te breiden, niet om deze in te perken. Er zal dan ook in elk geval geen beperking optreden ten aanzien van de reikwijdte van de thans reeds bestaande verboden. Aangezien de verboden door straffen gehandhaafd dienen te worden, is het wel van belang dat deze verboden voldoende bepaalbaar zijn.

A.

Van de term audiovisuele middelen wordt gebruik gemaakt om de regeling zoveel mogelijk techniekonafhankelijk te maken.

B.

Mede gezien de directe aanleiding voor de nieuwe regeling, namelijk het op onbetamelijke wijze volgen van personen in verband met (privaatrechtelijke of andere) geschillen en het verzamelen van gegevens hiervoor door organisaties, is onder de definitie van bespieden ook het verzamelen en vastleggen van zulke gegevens geplaatst, indien men daarvoor in de nabijheid van die personen komt. Zoals in het geval men audiovisuele opnamen maakt.

C.

Er is een definitie van eigen erf of woning gegeven, aangezien er elders in het artikel toepassingsbeperkingen zijn geplaatst ten aanzien van handelingen op het eigen erf of in de eigen woning. Men hoeft niet zelf bewoner te zijn, ook voor anderen die met toestemming van de bewoner op een erf of in een woning verblijven, gelden de relevante uitzonderingsbepalingen.

D.

Met erf wordt, gezien de definitie, feitelijk gedoeld op een tuin of iets dergelijks. Een stuk privé-terrein rond de woning, alwaar de bewoners zich geborgen horen te kunnen voelen als in hun woning zelf. Daarom wordt deze ook onder de werking van de regeling gebracht.

E.

Over wat als langdurig gezien moet worden, zijn geen absolute tijdseenheden te noemen. Een redelijk oordelend persoon zal dienen te bezien wat als hinderlijk langdurend beschouwd moet worden.

F.

Hetzelfde als wat ten aanzien van de term langdurig geldt; geldt ten aanzien van de term stelselmatig: er kunnen geen absolute eenheden genoemd worden, maar er zal moeten worden afgegaan op wat een redelijk oordelend persoon als hinderlijk beschouwd. Als er echter een duidelijke systematiek, of een vooropgesteld plan, valt te onderkennen, zal er al wel voldaan zijn aan de definitie van stelselmatig. En als ervoor een post wordt ingenomen.

G.

De term woning is in deze specifieke regeling de verzamelterm van gebouw, woonwagen, of woonschip. Opvallend is dat door te term gebouw niet alleen eigenlijke woonruimten onder de definitie vallen; ook kantoren en lokalen en dergelijke vallen er onder. De term gebouw is namelijk overgenomen uit de thans bestaande regeling, en gehandhaafd omdat de nieuwe regeling een ruimere in plaats van een beperktere werking beoogt te hebben. Het is ook wel te billijken dat personen ook in kantoor-, school- of sportsituaties, en dergelijke, in zekere mate in hun persoonlijke levenssfeer worden beschermd.

Lid 2

De strekking van de regeling wordt integraal in deze regeling zelf onderstreept, zodat hiermee bij de toepassing en uitvoering, en de uitleg van bepalingen, rekening gehouden dient te worden.

Lid 3

Uiteraard kunnen gemeentelijke bepalingen uit zichzelf reeds geen beperkingen stellen aan bevoegdheden die bij wet of andere bovengemeentelijke regeling zijn toegekend. Maar het is goed voor de duidelijkheid te onderstrepen dat deze regeling niet de bedoeling heeft de geëigende opsporings- en toezichtshandelingen van de legitieme overheid tegen te gaan.

Lid 4

De regeling beoogt overlast tegen te gaan, ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Indien iemand - degene wiens bescherming door de regeling wordt beoogd - zelf uitdrukkelijk toestemming geeft voor het verrichten van bepaalde handelingen, ondervindt deze blijkbaar geen overlast of acht deze diens persoonlijke levenssfeer blijkbaar niet aangetast. De term “uitdrukkelijk” wordt gebruikt, om aan te geven dat de toestemming expliciet dient te zijn verleend, en niet stilzwijgend wordt verondersteld dan wel wordt geacht te bestaan uit hoofde van enige clausule die ergens in algemene voorwaarden of in een standaardcontract is opgenomen (en betrokkene wellicht feitelijk weinig keus had of er weinig van bewust was).

Lid 5

De regeling kan niet beogen andere personen nodeloos in hun persoonlijke levenssfeer aan te tasten; en kan dan ook geen nodeloze beperkingen van handelingsvrijheid in sociale contacten of op eigen terrein inhouden. Ook al is het ter verzameling van bewijsmiddelen in het kader van een geschil (zoals opnamen van geluidhinder). Zekere bepalingen zouden zonder deze uitzonderingsclausule onbedoeld een te ruime strekking hebben, voorzover zij verbieden zich op te houden op een voor het publiek niet algemeen toegankelijke plaats.

Lid 6

In een democratische samenleving is de vrijheid van meningsuiting een essentieel recht. Ter verwezenlijking hiervan is ook het recht van vrije nieuwsgaring zeer van belang. Tevens beoogt de regeling niet om het voor personen onmogelijk te maken bij evenementen en dergelijke foto’s of andere opnamen te maken. Het lid kan gezien worden als uitkomst van een belangenafweging tussen het recht op vrije nieuwsgaring en het recht op persoonlijke levenssfeer al naar gelang de omstandigheden. Kernpunt zal vaak zijn of er sprake is van een activiteit of gebeurtenis die redelijkerwijs geacht kan worden in de publieke belangstelling te staan; kort gezegd een nieuwsfeit. Dit hoeft op zich geen actuele belangstelling te zijn, ook te verwachten belangstelling in verband met een nog onontdekt feit, of juist belangstelling vanuit historisch oogpunt, kan er onder vallen. Aangezien de nieuwe regeling er niet toe strekt de bestaande regeling in te perken, doch juist deze te verruimen, zijn de bepalingen die corresponderen met de bestaande regeling niet onder de werking van deze ruime uitzonderingsclausule gebracht. Dit laat onverlet dat, indien een zaak in rechte beoordeeld dient te worden, er een afweging gemaakt dient te worden tussen de verbodsbepaling en eventuele rechten, waaronder het recht op vrije nieuwsgaring.

Lid 7

Met een al te ruimhartige interpretatie van wat er onder nieuwsgaring (of sociale contacten) valt, zou de regeling, mede gezien de directe aanleiding voor de nieuwe regeling, immers het op onbetamelijke wijze volgen van personen in verband met (privaatrechtelijke of andere) geschillen en het verzamelen van gegevens, niet aan diens doel kunnen beantwoorden.

Lid 8

In de meeste gevallen worden gemeentelijke bepalingen omschreven zonder opzet of schuld uitdrukkelijk als vereiste voor strafbaarheid te stellen. In het onderhavige geval is dat ook niet echt een probleem aangezien de meeste bepalingen betrekking hebben op (doelbewust) verrichte handelingen. Er kan in sommige gevallen echter sprake van zijn dat het handelen onbedoeld beantwoordt aan verbodsbepalingen; bijvoorbeeld bij het maken van filmopnamen terwijl men uit het oog verliest dat men zich daarbij - abusievelijk - te langdurig richt op een bepaalde woning of dat men zich daarbij - abusievelijk - te specifiek richt op een bepaalde persoon. Indien iemand die een dergelijke handeling verricht, terstond nadat deze diens vergissing heeft ingezien, de (mogelijk) voor anderen nadelige gevolgen hiervan ongedaan maakt; zal strafbaarheid van deze persoon niet wenselijk zijn.

Lid 9

Dit lid is voornamelijk ingevoegd om ook preventief ingrijpen mogelijk te maken.

 

Artikel 2.4.14 Bespieden van personen

Met dit artikel wordt de persoonlijke levenssfeer van personen beschermd, en overlast tegengegaan, door bespieding van personen te verbieden.

Lid 1

Dit lid, bezien in samenhang met de definitie van woningen, correspondeert met het thans bestaande artikel 2.4.13, lid 1, van de APV. Het is een belangrijke bepaling voor het tegengaan van overlast door bespieding. Ook erven worden nu onder de werkingssfeer van de bepaling gebracht. Er wordt nu voorts expliciet bepaald dat het verboden is zich óp een erf (dat is inclusief de woning) op te houden met het kennelijke doel tot bespieding.

Lid 2

Dit lid, bezien in samenhang met de definitie van woningen, correspondeert met het thans bestaande artikel 2.4.13, lid 2, van de APV. Wel is het nu techniekonafhankelijk gemaakt.

Lid 3

Juist indien men wordt bespied vanuit een plaats die niet voor het publiek algemeen toegankelijk is, kan dit een belastende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormen, derhalve is zulks verboden verklaard, alsmede, ter voorkoming van zodanige bespieding, het zich met dat kennelijke doel op een zodanige plaats ophouden.

Lid 4

Ook indien zulks wel vanaf bijvoorbeeld de openbare weg geschiedt; kan het, mede vanuit het oogpunt van de persoonlijke levenssfeer, belastend zijn indien men stelselmatig of langdurig wordt bespied. In het geval dat dit openlijk gebeurt, kan dit nog weer andere psychische belasting met zich meebrengen.

 

Artikel 2.4.15 Overige hinderlijke gedragingen tegen de persoonlijke levenssfeer gericht

Dit artikel strekt ook tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en tot het tegengaan van overlast. Nieuw in de regeling is dat er ook verbodsbepalingen staan ten aanzien van aan bespieding grenzende handelingen, door het maken van audiovisuele opnamen, ten aanzien van de woningen of erven zelf, los van personen, aangezien dit ook wat weg kan hebben van bespieden, zeker vanuit psychisch oogpunt van degene wiens belang het raakt.

Lid 1

Het kan voor personen, vanuit het oogpunt van de persoonlijke levenssfeer, belastend zijn indien zomaar - hetzij heimelijk, hetzij openlijk - opnamen van hen gemaakt worden. Zeker als het doel niet duidelijk of twijfelachtig is. Het moet gaan om opnamen die er op gericht zijn een bepaalde persoon in het bijzonder - of indrukken van beeld en of geluid die in het bijzonder van deze persoon komen - vast te leggen. Het maken van bijvoorbeeld algemene filmopnamen waarbij toevallig enige personen in beeld verschijnen, valt er niet onder.

Lid 2

Aangezien het juist een inbreuk kan zijn op de persoonlijke levenssfeer indien opnamen gemaakt worden van iemands woning of erf, of van een persoon zelf, vanaf een plaats die normaliter, vanaf de openbare weg of een andere algemeen toegankelijke plaats, niet zichtbaar is, is zulks verboden verklaard, alsmede, ter voorkoming van het maken van zulke opnamen, het zich met dat kennelijke doel op een zodanige plaats ophouden. Het moet, inzake woningen of erven, gaan om opnamen die er op gericht zijn een bepaalde woning of een bepaald erf in het bijzonder - of indrukken van beeld en of geluid die in het bijzonder daarvandaan komen - vast te leggen. Het maken van bijvoorbeeld algemene filmopnamen waarbij toevallig enige woningen of erven in beeld komen, valt er niet onder.

Lid 3

Ook indien zulks wel vanaf bijvoorbeeld de openbare weg geschiedt; kan het, mede vanuit het oogpunt van de persoonlijke levenssfeer, belastend zijn indien stelselmatig en of langdurig opnamen van iemands eigen woning of erf, of van de persoon zelf, gemaakt worden. Het moet, inzake woningen of erven, gaan om opnamen die er op gericht zijn een bepaalde woning of een bepaald erf in het bijzonder - of indrukken van beeld en of geluid die in het bijzonder daarvandaan komen - vast te leggen. Het maken van bijvoorbeeld algemene filmopnamen waarbij toevallig enige woningen of erven in beeld komen, valt er niet onder.

Lid 4

Het komt voor dat personen of organisaties, om wat voor redenen dan ook, bijvoorbeeld ter verzameling van bewijsmiddelen in het kader van een (privaatrechtelijk of ander) geschil, bij bijvoorbeeld de naburen van een andere persoon gaan vragen om inlichtingen over deze andere persoon. Of actief een ander benaderen om makkelijker, bijvoorbeeld vanaf het erf van die ander, een persoon stelselmatig te kunnen bespieden (of anderszins gegevens te kunnen verzamelen). Dit kan in het kader van de persoonlijke levenssfeer van degene die het aangaat, hevige psychische belasting met zich mee kunnen brengen, en bovendien kan het aanleiding geven voor algemene onrust. Verder kunnen degenen die - bijvoorbeeld aan de deur - benaderd worden om inlichtingen, zulks als overlast ervaren. Het lid ziet met name op de situatie dat degene die onderzoekingen wil doen naar de andere persoon, daartoe (bijvoorbeeld in of nabij de woonomgeving van die andere persoon) personen aanklampt om hen te ondervragen, of hiertoe de deuren langsgaat (“leuren aan de deuren”). Maar ook andere werkwijzen met een zodanig doel die zich ertoe lenen onderwerp te zijn van een gemeentelijke verbodsbepaling, vallen onder het bepaalde in dit lid. Het is evenwel bezwaarlijk mogelijk voor een gemeente om in te grijpen in sociale contacten die personen met elkaar onderhouden en dat is dan ook niet wat de regeling beoogd (zie ook lid 5, sub A).

Lid 5

Dit lid 5 formuleert uitzonderingen op lid 4, die te zeer met de specifieke materie samenhangen om in het vernieuwde algemene artikel 2.4.13 te worden geregeld. Een en ander dient wel proportioneel te zijn tegenover de persoonlijke levenssfeer. De persoon die wórdt benaderd, en daarop ingaat, overtreedt overigens op zich geen verbod uit de regeling.

A.

Enerzijds wordt niet beoogd te verbieden dat iemand bijvoorbeeld bij de naburen informeert naar het wedervaren van goede bekenden (zodat deze met hen in contact kan treden), of dat iemand bij de naburen informatie inwint over een persoon opdat deze bij die laatste iets af moet geven, of iets dergelijks. Lid 4 beoogt bepaalde onbetamelijke gedragingen aan banden te leggen, bezien in het licht van de directe aanleiding voor de nieuwe regeling, en niet om een in de dagelijkse omgang normale gang van zaken te belemmeren.

B.

Anderzijds is er rekening gehouden met het recht op vrije nieuwsgaring in de gevallen dat daar aanleiding toe kan bestaan; in die zin kan het sublid worden gezien als een uitkomst van de belangenafweging tussen vrije nieuwsgaring en bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

C.

Ook enquêtes of buurtonderzoeken en dergelijke zouden, indien daarbij bijvoorbeeld wordt gevraagd naar algemene gegevens over bijvoorbeeld gedragingen of omgangsvormen in de woonomgeving, onbedoeld op gespannen voet met de verbodsbepaling kunnen komen te staan. Dat wordt tegengegaan door deze uitzonderingsclausule.

 

ARTIKEL II

 

Nu het algemeen verbindende voorschriften inhoudt, treedt het besluit, gezien artikel 142, Gemeentewet - nu niet anders is bepaald - in werking met ingang van de achtste dag na bekendmaking op de wijze als bedoeld in de leden 1 en 2 van artikel 139, Gemeentewet.

 

Na bekendmaking dient het besluit, gezien artikel 143, Gemeentewet, in verband met de strafbaarstelling van overtreding, te worden medegedeeld aan het parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen. In het geval van de gemeente Tynaarlo betreft dit het arrondissement Assen.

 

Ten behoeve van de overzichtelijkheid en de werkbaarheid (met name ook in de interne organisatie) is het wenselijk de gewijzigde bepalingen en de Toelichting op te nemen in één gecomprimeerde versie van de APV en de Toelichting daarop, en deze tot de authentieke versie van de APV en de Toelichting te maken, en met dat document verder te werken.