Vries, 22 juli 2008
Onderwerp: automatische externe defibrillatoren
Geachte raad, geacht college,
Zoals algemeen bekend is, kan in het geval dat mensen komen te lijden aan acute hartproblemen, elke seconde tellen om mensenlevens te redden. De gemeente is onzes inziens verantwoordelijk voor het algemeen welzijn van diens ingezetenen (en voorts van al degenen die zich op het gemeentelijke grondgebied bevinden), en daarom ligt het onzes inziens ook op de weg van de gemeente om de nodige maatregelen te treffen, zodat adequaat kan worden ingegrepen op het moment dat het zich voordoet dat iemand met acute hartproblemen wordt geconfronteerd. Burgers van deze gemeente hebben onze partij - Leefbaar Tynaarlo/EVZ-2000 - benaderd om ons hieromtrent op onze verantwoordelijkheden aan te spreken. Wij hebben ons dit ter harte genomen, en hebben ons nader in dit onderwerp verdiept.
Een mogelijkheid die de gemeente in heeft om voor een verbeterde veiligheid tegen onverhoopte sterfgevallen door acute hartproblemen zorg te dragen, is onzes inziens, door ervoor te zorgen dat er in onze gemeente voldoende automatische externe defibrillatoren aanwezig zijn, waarmee in voorkomend geval aan een bepaalde hartstoornis (zoals een “circulatiestilstand”) zomogelijk het hoofd geboden kan worden. Men kan daarbij denken aan het plaatsen van dergelijke apparaten in het gemeentehuis, in de diverse bejaardentehuizen, en wellicht in andere centraal gelegen of veelgebruikte openbaar toegankelijke gebouwen in deze gemeente. Dergelijke apparaten zouden daardoor aan de veiligheid kunnen bijdragen. Te denken valt bijvoorbeeld - om te beginnen - aan ongeveer vijf van dergelijke apparaten per dorpskern. De kosten van een dergelijk apparaat bedragen ongeveer tussen de €1200,- en €1600,- per stuk. Dit lijkt wellicht - in totaliteit bezien ook - een hoog bedrag, maar daarbij moet men in aanmerking nemen dat mensenlevens niet op waarde te schatten zijn.
Een - vorengenoemde - automatische externe defibrillator (afgekort: AED) is een draagbaar toestel dat wordt gebruikt bij een persoon met een zogenoemde circulatiestilstand, waardoor op een geautomatiseerde manier een elektrische schok wordt toegediend, met als doel het hart weer in een normaal ritme te brengen.
Een AED bestaat onder andere uit een microprocessor en elektroden. De elektroden verzamelen informatie over het ritme van het hart, welke informatie door de microprocessor wordt geïnterpreteerd. Als er sprake is van zogenoemde ventrikelfibrillatie of ventrikeltachycardie, “adviseert” de microprocessor een schok om het hart te defibrilleren. Met toediening van de elektrische schok wordt getracht het myocard (hartspierweefsel) te depolariseren (ontladen), om zo de sinusknoop weer de kans te geven de controle over het hartritme terug te krijgen, waardoor het hart weer in een normaal ritme gaat kloppen.
Bij personen met een circulatiestilstand, is het van belang dit zo snel mogelijk te herkennen en zo snel mogelijk hulp te bieden. Deze hulp wordt de keten van overleven genoemd en bestaat uit:
- het zo spoedig mogelijk alarmeren van de hulpdiensten via het telefoonnummer 112;
- het zo spoedig mogelijk starten met zogenoemde “Basic Life Support” (eenvoudige medische hulp);
- het zo spoedig mogelijk inzetten van een AED (en daarbij zonodig te defibrilleren);
- het zo spoedig mogelijk verlenen van “Advanced Life Support” (oftewel uitgebreide medische hulp).
Doordat een AED een eenvoudig te bedienen automatisch toestel is, is het heden te dage mogelijk dat defibrilleren niet uitsluitend door de professionele hulpverleners wordt uitgevoerd, maar ook door andere personen (mits zij evenwel de nodige training hebben ondergaan). Op een AED zitten meestal slechts twee knoppen. Eén knop om het toestel in te schakelen en één knop om een schok toe te dienen. Na het inschakelen zal het toestel de hulpverlener automatisch door middel van gesproken instructies begeleiden. Het zal de hulpverlener vragen om de elektroden op de borst van het slachtoffer te plakken en nadien zal het automatisch een analyse van het hartritme maken. Stelt het toestel vast dat er sprake is van ventrikelfibrilleren of ventrikeltachycardie, dan zal een elektrische schok worden geadviseerd en zal het apparaat - via een gesproken automatische instructie - de hulpverlener instrueren om deze toe te dienen.
In Nederland is het - zo wij hebben gegrepen - aan iedereen toegestaan om in geval van een noodsituatie of een levensbedreigende situatie een AED te gebruiken. Gelet op het feit dat de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) niet uitsluit dat in noodsituaties door niet expliciet door de genoemde Wet BIG aangewezen personen zogenoemde (in de Wet BIG aangeduide) “voorbehouden handelingen” worden verricht, en toepassing van de AED slechts in noodsituaties plaatsvindt, ontbreekt de noodzaak om defibrillatie met een AED te beschouwen als zogenoemde “voorbehouden handeling” die dus niet door andere personen dan in de Wet BIG genoemd zou kunnen worden uitgevoerd. Kortom: in noodgevallen kan een ieder zonodig van een AED gebruikmaken. Uiteraard blijft defibrillatie als zodanig (te weten door middel van andere apparaten dan de AED, althans buiten noodgevallen) een (aan artsen) “voorbehouden handeling” in de zin van artikel 36, lid 10, van de Wet BIG.
Bij dezen geven wij aan, dat wij het wenselijk en feitelijk noodzakelijk achten, dat de gemeente zorgdraagt voor voldoende AED-apparaten binnen openbare gebouwen op het grondgebied van deze gemeente. Graag zagen wij dat de overige raadsfracties zich hieromtrent ook uitspraken. Bij dezen bieden wij het college de kans, om binnen een termijn van acht weken, de nodige initiatieven in gang te zetten en om de nodige voorstellen aan de raad voor te leggen. Indien deze aanschrijving evenwel niet tot de nodige maatregelen mocht leiden, behouden wij ons uiteraard uitdrukkelijk de mogelijkheid voor, om zelf tot de nodige voorstellen te komen.
Met vriendelijke groet,
Namens de fractie van Leefbaar Tynaarlo/EVZ-2000,
C.H. Kloos, fractievoorzitter