COALITIE HOUDT COLLEGE IN HET ZADEL

Behandeling VROM-rapport werf Yde-De Punt in raad van 9 september 2008

 

Veel kan je zeggen over de coalitie in de gemeenteraad van Tynaarlo, maar niet dat zij inconsequent zijn als het gaat om het in het zadel houden van hun wethouders. Of je eigen wethouders wel of niet een niet-adequate taakvervulling valt aan te rekenen, gewoon dit soort verwijten op de lange baan schuiven en zo je wethouders in het zadel houden, is het devies.

 

Gesteld kan worden dat de raadsvergadering van 9 september 2008 (waarop het VROM-rapport over de handhaving van regels naar aanleiding van de fatale brand van 9 mei 2008 op de scheepswerf te Yde-De Punt, werd besproken) een zwarte bladzijde is geworden voor de inwoners van Tynaarlo en de lokale democratie. Een aanzienlijk deel van de raad (met name de VVD-fractie) dat plotsklaps lijkt te twijfelen aan de integriteit van een instituut als de VROM-inspectie; een college dat zand strooit in de ogen van twijfelaars door te schermen met niet meer bestaande onderzoeken; en een presidium dat zich niet langer als onafhankelijke agendacommissie opstelt maar dat zich laat gebruiken voor de belangen van de coalitie en het college. Ingrediënten voor een heuse politieke thriller uit de B-klasse.

 

Voor de goede orde is het relevant om drie zaken duidelijk te onderscheiden. Ten eerste de gebeurtenissen op 9 mei 2008, vanaf het moment van de brandmelding tot het moment van einde brand. Het onderzoek hiernaar wordt gedaan door de Onderzoeksraad voor Veiligheid, een bij wet ingesteld zelfstandig orgaan. Ten tweede de rol die de werfeigenaar in dit voorval inneemt. Het OM (Openbaar Ministerie) doet daar onderzoek naar, en uiteindelijk zal het oordeel hierover aan de rechter zijn. En ten derde, een zeer belangrijk punt, de rol van de gemeente zelf, met name betreffende de handhaving van regelgeving die op de veiligheid van de omgeving van inrichtingen als de scheepswerf ziet. De VROM-inspectie heeft dit laatste onderzocht en met name over dit derde punt en het hierover gedane VROM-onderzoek had het op 9 september 2008 moeten gaan. Dit onderzoek was aangevraagd door het college zelf. Het onderzoek spitste zich alleen toe op de vraag hoe de gemeente Tynaarlo (ten aanzien van de genoemde scheepswerf) de laatste jaren als handhaver heeft gefunctioneerd. Het antwoord was duidelijk: zwaar onder de maat, het toezicht en de handhaving zijn niet-adequaat geweest. De raad vond het echter niet nodig het college op 9 september 2008 ter verantwoording te roepen. Dat het college in de afgelopen jaren steeds richting de raad had aangegeven dat de handhaving binnen onze gemeente op orde was, en dat het college de raad dus niet van de juiste inlichtingen heeft voorzien, was iets waar de meeste raadsleden zich ook niet aan leken te storen.

 

De raad schuift het eindoordeel voor zich uit en geeft aan te willen wachten tot augustus 2009. De coalitie denkt daarmee blijkbaar het college in het zadel te houden. Minimaal tot aan de raadsverkiezingen in maart 2010.

 

Deze manier van werken doet ons herinneren aan bijvoorbeeld de ramp in Enschede. Ook daar waren politiek verantwoordelijke bestuurders naar onze beleving niet al te scheutig met het nemen van deze verantwoordelijkheid.

 

Wij zijn nu benieuwd welke ondergeschikte bij het te verwachten stoelendansspelletje als zondebok zal worden aangewezen, om de aandacht af te leiden van de bedroevende incompetentie van het college. Voor ons staat als een paal boven water, dat er slechts één verantwoordelijke aan te wijzen valt voor de tekortschietende handhaving en de ondeugdelijke voorlichting hierover, namelijk het college van deze gemeente Tynaarlo.

 

Leefbaar Tynaarlo/EVZ-2000, 11 september 2008